Deze week keek ik enkele documentaires terug over leven en werk van de gebroeders Anker. De bekende Friese tweeling-advocaten, die gespecialiseerd zijn in die ene juridische discipline welke steeds minder populariteit geniet. Strafrecht. Hun advocatenpraktijk rust in oorsprong op een zestal principes. Morele grondslagen die ze goten in beton, en waaraan niet te tornen viel. Niet alleen wanneer het hen uit kwam, maar altijd. Omdat het principes zijn. Onwrikbare pijlers waarop hun visie op het bijstaan van mensen die in aanraking komen met justitie, is gebaseerd.

Nu ze eind dit jaar met pensioen gaan, geven Wim en Hans Anker extra interviews, die ik met graagte lees. In al die vraaggesprekken komt telkens opnieuw hun principiële opstelling voorbij, bijna als een reliek uit lang vervlogen tijden. Omdat principes zeldzaam zijn geworden in een amorele wereld waarin praktisch alles te koop is. Eén er van is dat ze iedereen bij staan, ongeacht de ernst van het misdrijf waarvan degene verdacht wordt. Niemand uitgezonderd. Dus los van afkomst of voorgeschiedenis. En ongevoelig voor wat het onderbuikgevoel in sommige media allemaal wil en roept.

“Een fooi…”

Maar ook ongeacht de vraag of de verdachte wel voldoende bemiddeld is om hun honorarium te voldoen. Het gevolg daarvan is dat ze door de jaren heen talloze mensen hebben geholpen, die zijn aangewezen op juridische hulp die van overheidswege wordt vergoed. Door meedogenloze bezuinigingen op deze gesubsidieerde rechtshulp, betitelen advocaten die vergoeding inmiddels onderling als “een fooi”. De meeste strafpleiters wijzen zulke aanvragen daarom liever af. Helemaal wanneer het gaat om zaken waar veel tijd mee gemoeid is.

Het boeiende van Wim en Hans Anker is dat de voedingsbodem onder al hun principes rechtstreeks terug gaat op hun jeugd. Als ééneiige tweeling groeiden ze op in een veilig, warm en uitgesproken sociaal gezin. Die achtergrond heeft hen gevormd tot wie ze zijn, en bepaalde 30 jaar lang hoe de grondhouding was in hun veeleisende werk. Gelet op de landelijke bekendheid en bewondering die de twee broers in de loop der jaren verwierven, was het zoveel gemakkelijker geweest hun principes soms heel even opzij te zetten. En stiekem toch te kiezen voor het grote geld, dat in hun tak van sport gretig wordt betaald door verdachten die alles over hebben voor een voorkeursbehandeling door een topadvocaat. Eén die er vaak in ontaardt dat de raadsman ‘gestuurd’ wordt door z’n cliënt. Gebruikt als een verlengstuk. En niet meer zelf de regie in handen heeft.

Beroepsethiek

Zo niet bij Hans en Wim Anker. Ook op dit punt zijn hun principes onwankelbaar. Zij zelf voeren altijd de regie, nimmer de verdachte. Daarmee sluiten ze uit dat ze gemanipuleerd kunnen worden vanuit geheime (criminele) agenda’s. De uitgangspunten van hun ongewone benadering zijn gebaseerd op heldere principes. In de kern samen te vatten als een met uitsterven bedreigde vorm van zuivere beroepsethiek. Een begrip dat niet vaak meer gehoord wordt in deze tijd, omdat het haaks staat op opportunisme.

Nieuwe norm

Opportunisme als nieuwe ‘norm’, is ontstaan sinds de nieuwe zakelijkheid z’n intrede deed in de jaren ‘80 en ’90. Toen waarden als vertrouwen, loyaliteit, principes en solidariteit achter elkaar verdampten. Plaats maakten voor ongebreideld egocentrisme en een ijskoude ieder-voor-zich-mentaliteit. Met als gevolg dat het steeds moeilijker werd mensen te geloven op hun woord. Onkreukbaarheid, integriteit als menselijke deugd, gebaseerd op vertrouwen en innerlijke beschaving, verdwenen als “ouderwets en niet-zakelijk”. Die morele afbladdering veroorzaakte 30 jaar later dat een overheid zijn burgers niet meer vertrouwt, maar wantrouwt. En die burgers omgekeerd.

Hoog houden

Nu de broers Anker binnenkort afzwaaien is het goed nog heel even stil te staan bij de kostbare eenvoud van hun principiële taakopvatting. Die ze 30 jaar lang compromisloos hoog hebben gehouden. Zo bleef Wim Anker, die veel levenslang gestraften bij stond, de meesten van hen nog jarenlang bezoeken. Vaak zelfs tot aan hun overlijden. Ook wanneer hun strafprocessen en veroordelingen al vele jaren achter de rug waren, en er zelfs geen onkostenvergoeding meer tegenover stond. Puur en alleen omdat hij het vanuit zijn sociale hart als een opdracht zag om de mens achter zijn veroordeelde cliënt niet in de steek te laten. “En omdat er soms helemaal niemand meer naar hen om keek. Ik was dan letterlijk de allerlaatste relatie in zo’n mensenleven….”

Sociaal hart

Dankzij hun gedrevenheid zijn Wim en Hans Anker uitgegroeid tot ware monumenten in de wereld van het strafrecht. Hun Friese onverzettelijkheid in combinatie met hun sociale achtergrond, gekoppeld aan hun uitzonderlijke talent voor het vak plus een ongekende werklust; dat alles maakt dat ze alom groot respect genieten. Niet alleen voor alles wat ze in hun loopbaan hebben bereikt en gedaan voor mensen die hen nodig hadden. Maar bovenal om wie ze zijn. En altijd zijn gebleven. Twee broers met een briljant hoofd, die altijd bleven werken vanuit de oprechte integriteit van een groot, sociaal hart. Hun integriteit was nooit te koop, zelfs niet voor de allerhoogste bieder.

Daarom zullen de Ankers, misschien wel als laatsten der mohikanen, vroeg of laat het standbeeld krijgen dat ze ongewild verdienen. Als fier monument dat staat voor trouw aan hun principes, hoe hoog de prijs daarvoor ook is. Want één ding staat vast, al wordt hun Leeuwarder advocatenpraktijk voortgezet: Wim en Hans Anker zullen node worden gemist als boegbeelden van een voor deze tijd eerzame beroepsopvatting.

Tekst: Herbert van Weerdenburg

Gezien en gelezen, meerdere (recente) interviews met de broers Wim en Hans Anker. Evenals diverse documentaires, waaronder ‘Anker en Anker’, ‘De verdediging van Robert M.’, de ‘Zaak gebroeders R.’, Wim Anker in ‘Van Liempt één op één’ en in ‘Copyright Mens’.