Is het eenmaal juni geworden, dan is er geen houden meer aan. De belofte die de Lente vanaf haar prilste ontluiken mee droeg in haar boezem, is gebaard. Ineens is daar het felle Licht van de zomer, dat z’n eigen grondtoon kiest in zo’n andere dynamiek, dan de pasteltinten van het voorjaar. Behoedzaam als dat ontwaakte, met zoveel herinnering aan een winter waarin alles eindig leek. Doortrokken van verstilling en broosheid, aangezien niets nog vanzelfsprekend is wanneer alles voorgoed lijkt uitgedoofd.

De zomer is zoveel resoluter, vastberadener ook. Tast niet af maar zet onstuimig door. Blakend van wilskracht en zelfvertrouwen dat daarmee gepaard gaat. Fel licht, knalblauwe luchten, grote temperatuurverschillen. Maar ook ongenadige plensregens en soms kille winden. De zomer is een seizoen van schrille contrasten. Niet langer een voorzichtige prelude, maar uitbundige en primaire kleuren die elkaar snel opvolgen. Van juichend en feestend naar mismoedig en verdrietig op z’n tijd. Daarmee is het een Hollandse zomer, die ons dierbaar is.

Ingehaald

De invloed van de seizoenen is merkbaar op ons mensen, jong en oud. Het bewustzijn van onze kwetsbaarheid werd afgelopen twee jaar sterker gevoeld dan ooit tevoren, door een virusziekte die om zich heen greep. Met als indringende boodschap dat een onbekommerd en veilig bestaan niet altijd vanzelfsprekend is. Maar het gevoel van beperking en verlamming dat daarmee gepaard ging, heeft plaats gemaakt voor een hartstochtelijke drive het leven vooral te vieren. Alsof er veel moet worden ingehaald.

Of dat voort komt uit een verlangen naar genieten, is niet altijd duidelijk. De energie waarmee het gebeurt krijgt soms bijna verbeten trekken, alsof er iets heroverd moet worden wat verloren leek gegaan. De weerspiegeling daarvan is goed zichtbaar, voor wie probeert te zien wat er in de wereld om ons heen gebeurt. In een snel wisselend decor dat bol staat van zwart en wit, gebrek aan zelfreflectie, buitelen grimmige meningen in grote getale dagelijks over elkaar heen. Niet alleen op sociale media, maar tot in alle uithoeken van waar mensen uitschreeuwen hoe zij het zien. Hoe zij de complexiteit van het leven waarnemen, en projecteren op de ander.

Stil

Zo werd afgelopen week een kind vermoord. Een paar duizend mensen gingen de straat op om luidkeels hun afschuw en verontwaardiging te delen. Als blijk van steun aan de familie van het slachtoffer. Diezelfde week verloren in Oekraïne zeven honderd vrouwen hun geliefde zoon, man of broer, als gevolg van kogels en granaten in een wrede oorlog. Gedood en begraven. Verminkt, of voor het leven getraumatiseerd door even bruut als macaber geweld. Niemand van ons ging daarvoor de straat op. Niemand maakte luidruchtig z’n diepe afkeer en medeleven kenbaar. Het bleef angstwekkend stil.

Groter kan het contrast niet zijn tussen welk podium en welk volume de verontwaardiging verkiest. Op Schiphol was het drukker dan ooit, alle muziekfestivals gingen door op volle kracht. Want het leven, ons leven, moest vooral gevierd.

De zomer is begonnen. En dus zijn de contrasten in denken, voelen en handelen feller dan ooit. Nu al verlang ik terug naar de lente, naar haar mildheid. En naar flarden van die kostbare poëzie van Huub Oosterhuis. Die stille bede om verbinding, die bijna onhoorbaar klinkt in hoofd en hart:

‘Wek mijn zachtheid weer,

geef mij terug de ogen van een kind

Dat ik zie wat is, en mij toevertrouw,

en het Licht niet haat…’

Tekst: Herbert van Weerdenburg

Copyright 2022 © Huis van Verwondering