Of het project Mens ooit is begonnen als een fantastisch experiment van de schepper, zullen we waarschijnlijk nooit te weten komen. Maar aangenomen dat die hypothese denkbaar is, is het goed voorstelbaar dat met enige regelmaat in de goddelijke Intelligentie twijfel leeft of dat achteraf bezien eigenlijk wel zo’n gelukkig idee was. Op de voet gevolgd door die andere voor de hand liggende vraag. Namelijk of het gelet op de situatie op aarde misschien niet beter is dat hele experiment een keer te beëindigen. Vooropgesteld dat het nog zou kunnen, om er een streep onder te zetten.

Dat laatste heb ik eens een kunstenaar zien doen. Een ambachtelijk werkende fijnschilder, die ontzaglijk veel tijd en vakmanschap in een groots opgezet olieverfschilderij had gestopt. Maar die gaandeweg tot de voor hem onvermijdelijke conclusie was gekomen dat hoe hij er ook naar keek, het in de verste verte niet voldeed aan wat hij aan kwaliteit van zichzelf gewend was. En dus trok hij na ruim twee maanden van noeste dagelijkse arbeid het doek van de ezel en sneed het finaal aan flarden. De restanten verfrommelde hij tot proppen, die hij vastbesloten voerde aan de houtkachel in z’n atelier.

Treurnis

Toevallig of niet, stond er net voor die dramatische dag een vraaggesprek met hem in mijn agenda. Met als onderwerp een ambitieus project, waarin hij al jaren werkte aan een monumentale serie olieverfdoeken over een historisch thema. Zo kwam het dat hij me uit de eerste hand deelgenoot maakte van de opluchting die hij ervaarde, na zijn besluit het doek terug te brengen tot het stof der aarde, zoals hij het noemde. Dat werd ook meteen het onderwerp waar we geruime tijd over spraken, want ik maakte me oprecht bezorgd over een bezwaard gemoed van zijn kant. Ik veronderstelde diepe treurnis over zoveel kostbare tijd en energie, die kennelijk verloren was gegaan in dit geval. Maar niets bleek minder waar.

“Nee hoor”, antwoordde hij opgewekt. “Ik doe dat wel eens vaker, als het me na verloop van tijd niet lukt mijn geest in het doek te leggen. Dan kan er een moment komen dat je moet ingrijpen. Want hoe langer je door gaat, hoe beroerder het wordt…”

Eigen leven

Terwijl we door praatten over dit soort dilemma’s, werd me langzaam duidelijk hoe zoiets werkt in het hoofd van iemand die gezegend is met een scheppende gave van formaat.

“Weet je wat het is met dit soort imposante schilderijen…? Op enig ogenblik komen de figuren op het doek echt tot leven. Tot het moment dat ze uit de penseel vloeien, heb ik er nog een zekere regie over. Maar daarna sta ik machteloos. Vaak laat ik ze bewust eerst maar een poosje geworden, en werk ik verder aan een ander deel van het doek. Maar juist als ze vanuit mijn diepste inspiratie zijn geboren, lijkt het soms alsof de menselijke figuren ineens een eigen leven gaan leiden, dat haaks staat op hoe ik ze bedoeld had. Uit ervaring weet ik dat je dan eindeloos kunt proberen aan ze te prutsen om dat te herstellen. Maar vroeg of laat komt dan een moment dat ik het gewoon niet langer voor m’n rekening kan nemen en ze niet meer kan verdragen. Na een onrustige nacht, stond ik vanmorgen op met dat besef. Dan weet ik hoe laat het is, en pak ik ook meteen door.”

Streng zijn

De kunstschilder drukte me op het hart me vooral geen zorgen te maken over dat al zijn energie en inspanning vergeefs waren gebleken. “Zo zie ik het zelf namelijk niet”, vertelde hij. “Naar beste kunnen heb ik geprobeerd er m’n hele ziel en zaligheid in te leggen. Maar wanneer het ondanks zoveel extra inspanning echt andere vormen aanneemt dan ik voor ogen had, moet ik streng zijn. Naar het doek, maar ook voor mezelf.”

Terwijl we samen voor een lege schildersezel gemoedelijk een kopje thee dronken, keek hij me met pretogen aan. “Schilderen is scheppen”, zei hij bijna verexcuserend. “En er is geen enkele garantie dat zo’n schepping altijd leidt tot iets wat bijdraagt aan wat ik ten diepste wil uitdrukken. Over al die keren dat het wel lukt, verheug ik me. Maar die enkele keer dat het niet lukt, aanvaard ik ook in dankbaarheid. Omdat ik ook dan veel heb geleerd van het proces als zodanig.”

Wroeging?

Terwijl ik zijn wijze woorden even liet bezinken, doemde er een nieuwe vraag in me op. “Ik begin te begrijpen hoe je dat ervaart. Maar heb je achteraf geen vreselijke spijt of wroeging dat je de figuren die zo’n schilderij zijn gaan verstieren, zoveel ruimte hebt gegeven? Ze hebben immers wel je hele doek bedorven…! Dus ook al het andere waarop je zo hard hebt zitten zweten, en wat wel precies uitdrukt wat jou beweegt. Als je ze ‘korter’ had gehouden, was het misschien anders afgelopen…”

Zijn pientere ogen keken me aan, en ik zag een glimlach op z’n gezicht verschijnen. “Ik kan merken dat jij zelf niet schildert”, antwoordde hij geamuseerd. “Maar toch is het een vraag, waar ik vroeger mijn hoofd wel eens over heb gebroken. Dat is ook precies de reden dat ik er in dit geval pas na twee maanden alsnog een eind aan heb gemaakt. Natuurlijk probeer je zo lang mogelijk al wat goed, gaaf en mooi gelukt is te beschermen voor dat deel van het doek dat niet wil deugen. Maar wroeging…? Nee, zo zou ik het toch niet willen noemen. Eerder is het een vorm van mededogen met al die goedwillende figuren die wel precies zo tot leven kwamen als ik had gehoopt. Zo’n schilderij kan na mijn dood wellicht nog honderd jaar hangen, op welke plek dan ook. Dus in die zin voel ik me ook naar hen toe verantwoordelijk voor mijn nalatenschap, als ik er niet meer ben.”

Bovenmenselijk

Intussen danste een laatste vraag in mijn hoofd. Maar hoe is het dan als je na zo’n vergeefse poging straks weer aan een nieuw doek begint, probeerde ik. Vraagt dat geen bovenmenselijk vertrouwen, dat het dit keer wel goed zal komen?

“Hier” zei hij, “neem een lekker koekje”, en hield me een schaaltje met zelf gebakken kokoskoekjes voor. Zelf nam hij een hapje en genoot zichtbaar van het overheerlijke recept. Intussen dacht hij rustig na over een antwoord op m’n vraag. Nadat hij nog een tweede kopje thee had ingeschonken, streek hij een moment peinzend door z’n baard.

Getuige

“Wel, ik snap je vraag”, zei hij. Maar ik ben gelukkig geen God, die hoe dan ook verder moet met z’n schepping. Zin of geen zin, verantwoord of niet. Voor mij als kunstschilder geldt elke keer opnieuw dat wat ik probeer te scheppen op doek mag lukken. Natuurlijk is het fijn dat het meestal goed afloopt. Maar het is en blijft een gave, die je alleen al daarom per definitie niet naar je hand kunt zetten. Wanneer alles goed gaat is zo’n schilderij in wording een proces dat zichzelf voltrekt. Ja, in zekere zin ook aan mijzelf. Ik mag dan wel de penseel vast houden en een beetje sturen, maar in feite ben ook ik getuige van wat er uiteindelijk op het doek tot leven komt.”

Even pauzeerde hij, om te genieten van nog een slokje thee. “Je weet het niet” vervolgde hij, “maar misschien geldt dat ook wel voor de Schepper en zijn ontzagwekkende avontuur met de mens op aarde. Het enige verschil is dat hij meer tijd heeft om toe te zien hoe het zich ontwikkelt, dan ik. Oneindig meer tijd dan jouw en mijn fantasie gezamenlijk ooit kunnen behappen.”

Tekst: Herbert van Weerdenburg