Steeds meer mensen in deze tijd brengen bewust beperkingen aan in hun persoonlijk leven. Soms gedreven door een sterk verlangen naar eenvoud en zelf willen voorzien in hun basale levensbehoeften. Zoals het verbouwen van eigen groente. Soms ook als antwoord op een wereld die bol staat van prikkels en verslaving aan oppervlakkige relaties en consumptiedrang. Een nog meer uitgesproken vorm van zelfbeperking is het leven waarvoor kloosterlingen kiezen. Welbewust accepteren zij vergaande beperkingen in hun dagelijks leven, door af te zien van praktisch alles wat voor anderen vanzelfsprekend is om een goed en vervullend leven te leiden.

Meermalen heb ik (jonge) mannen en vrouwen geïnterviewd die gekozen hadden voor een religieus leven als monnik of kloosterling. Ik bevroeg hen op hun motieven om te kiezen voor een leven van beperkingen. Rode draad in al die verhalen bleek dat hun belangrijkste drijfveer was een verlangen naar verdieping en verstilling. Doorgaan met leven in de overspannen wereld zoals we die kennen, werd door hen ervaren als een belemmering om die meer innerlijke weg te kunnen gaan. Hetzelfde geldt voor tallozen die vanuit overtuiging kiezen voor een leven in eenvoud, op basis van genoeg is genoeg. Wat al deze groepen gemeen hebben is dat ze kiezen voor beperkingen. Omdat ze verwachten daar gelukkiger van te worden als mens.

Gijzelaar

Vaak moet ik de laatste tijd terug denken aan Arjan Erkel. De jonge arts die zich belangeloos inzette voor gezondheidszorg aan vluchtelingen in Dagastan, omdat hij vanuit z’n hart mensen wilde helpen die in nood verkeerden. Maar die zelf in 2002 ontvoerd en gegijzeld werd. Wat volgde was een periode van gevangenschap in een kleine kerker, onder erbarmelijke omstandigheden. Van het ene op het andere moment was hij beroofd van zijn vrijheid en moest hij zich zien te verhouden tot alles wat een mens maar beperken kan. Waaronder doodsangst en uitzichtloosheid omtrent de vraag of hij ooit nog vrij zou komen en z’n familie zou terugzien. Uiteindelijk bracht hij 607 dagen door in volledig isolement, voordat hij werd vrij gelaten.

Wat Arjan Erkel die meest donkere periode van zijn leven ontdekte, bleken waardevolle lessen voor de rest van zijn leven. Zoals hij onder meer beschreef in zijn boek ‘Ontvoerd, 607 dagen tussen leven en dood’. Sindsdien geeft hij als motivatietrainer lezingen en workshops voor mensen die op zoek zijn naar handvaten voor een meer vervullend leven. Volgens Erkel zijn de ervaringen die hij op deed in gevangenschap vergelijkbaar met hoe mensen zich in het dagelijks leven ongemerkt laten gijzelen door angst, sociale druk, ‘zekerheid’ en geld. Daarom pleit hij voor een nieuwe geesteshouding, waarin we onszelf ont-gijzelen om eindelijk Vrij Mens te kunnen zijn. Die psychische bevrijding komt nooit van buitenaf, maar begint altijd van binnenuit. Alleen wijzelf zijn in staat onszelf te ont-gijzelen van beperkingen die we onszelf hebben opgelegd. Tenminste, als we dat echt willen of niet anders meer kunnen.

Ontberingen

Ook Nelson Mandela was iemand die te maken kreeg met de meest extreme beperkingen die een mens moet verstouwen. Een gevangenschap die bijna 30 jaar zou duren, en die hij grotendeels doorbracht in isolement op Robbeneiland, in een krappe cel van 2 bij 2 meter. De ontberingen waaronder hij leed waren immens, en werden mede veroorzaakt door slechte voeding en dwangarbeid in een steengroeve. Net als voor Arjan Erkel gold voor Mandela dat hij geen enkel uitzicht had op een einde aan het onrecht waartoe hij zich moest verhouden. Pas toen de vorige week overleden Frederik de Klerk president was geworden van Zuid-Afrika, kwam na bijna 30 jaar een eind aan zijn beperkingen.

Mens blijven

De grote bewondering die Nelson Mandela wereldwijd oogstte, heeft vooral te maken met zijn ongekende geestkracht. Ondanks alle onrecht, wreedheid, vernederingen en beroving van z’n vrijheid, raakte hij nooit verbitterd. Hij bleef geloven in zichzelf en de rechtschapen kracht van zijn boodschap, waarmee hij pleitte voor een einde aan apartheid op basis van huidskleur en ras. Mandela hield zijn dagelijks leven draaglijk door de onmenselijke beperkingen die hem waren opgelegd te aanvaarden als een gegeven. Hij verzette zich niet tegen zijn detentie, omdat hij daar niets aan kon veranderen. In plaats daarvan gebruikte hij al zijn kracht en energie om vooral mens te blijven. Hij voorkwam dat verharding, zelfbeklag en verbittering, hoe voorstelbaar ook, de overhand kregen. Omdat hij voorvoelde dat hij zichzelf daarmee ten gronde zou richten.

Stimulerend

Mensen die onder de moeilijkste omstandigheden hebben weten te overleven zonder verbitterd te raken, hebben vaak één kenmerk gemeen. In hun lijdenservaring hebben ze persoonlijk geleerd hoe het accepteren van beperkingen als vertrekpunt, uiteindelijk stimulerend kan werken op hun innerlijke ontwikkeling als mens. Daarnaast zijn ze het levende bewijs dat de menselijke geestkracht nooit gebroken kan worden. Door geen enkele externe beperking, hoe onrechtvaardig die ook is.

Inzicht

Wat deze ervaringsdeskundigen ook gemeen hebben, is het verworven inzicht dat het niet de externe omstandigheden zijn die maken dat we ons ellendig voelen. Zij ontdekten dat het niet de beperking is die wordt opgelegd, maar juist ons eigen voortdurende commentaar op de situatie. Precies dat maakt dat we steeds bozer en ongelukkiger raken. De alsmaar repeterende gedachte “deze beperking is oneerlijk en vreselijk” zorgt dat we onszelf machteloos voelen en afglijden in treurnis, zelfbeklag en boosheid. Met als uiteindelijk effect dat we gaandeweg het contact verliezen met onze geestelijke bron van vreugde, creativiteit en vitaliteit. Op termijn kan dat leiden tot verzuring, verbittering en het verlies van verbinding met de grootste schat waarover we beschikken. De Bron van liefde die ligt besloten in een Open Hart. Ongeacht beperkende omstandigheden en de onrechtvaardigheid daarvan.

Ik bedoel daarmee niet dat er nooit een moment van misnoegen of zelfmedelijden mag zijn, in situaties van onrechtvaardige beperking. Maar wel dat we het uiteindelijk zelf zijn die de sleutel in handen hebben waarmee we beslissen hoezeer we daaronder gebukt gaan. Alleen al het herkennen van ons eigen onophoudelijke en afkeurende commentaar op omstandigheden die we niet kunnen beïnvloeden, is de beslissende stap die gezet kan worden richting zelfbevrijding en menselijke groei.

Historisch besef

Ieder mensenleven gaat vroeg of laat gepaard met (externe) beperkingen. Soms zijn die van lichamelijke of psychische aard, soms materieel, en soms ook worden ze van buitenaf opgelegd. Zoals onze (voor)ouders persoonlijk moesten doorstaan in de jaren 1940-1945, toen aan alles gebrek was. Hun leven werd beheerst door angst, zorg, schaarste en beperking. En vooral door uitzichtloosheid hoe lang die ellende zou duren. Wie ’s avonds nog een boek wilde lezen, moest een broer of zus vragen de fietsdynamo aan te trappen, zodat er tenminste een klein beetje licht beschikbaar was. Daarmee vergeleken zijn de beperkingen waarmee we ons momenteel moeten verstaan, ronduit mild te noemen. Ook dit historische besef kan helpen onszelf niet te verliezen in zelfbeklag en boosheid over sluitingstijden.

Maar verreweg het belangrijkste blijft de eigen keuze voor afstemming op onze innerlijke en onuitputtelijke Bron van liefde en creativiteit. Omdat alleen daar het ware antwoord ligt op welke beperking dan ook.

Tekst: Herbert van Weerdenburg