Terwijl ik probeerde te vertoeven bij een gevoel van vrede dat Eerste Paasdag zo kan kenmerken, realiseerde ik me ineens dat we elk jaar opnieuw vieren hoe het menselijk lijden uiteindelijk wordt overstegen. Tenminste, voor wie de diepere essentie van het Paasverhaal nog tot de verbeelding spreekt. Eén keer per jaar is er dat schrille contrast tussen de indrukwekkende lijdensweg van Jezus van Nazareth met wat er op volgt. Om na een dag van droefheid te beseffen dat we toch verkiezen te geloven dat het Leven altijd sterker zal zijn dan de dood. Licht zoveel krachtiger dan duisternis.

Daarin resoneert ook die naïeve wens mee dat het Goede in de mens uiteindelijk zal zegevieren over het Kwade. Of tenminste, dat het nooit kan worden uitgewist door het kwaad. De kern van dat oer-vertrouwen is dat we ‘het’ niet zelf in de hand hebben. Maar dat er kennelijk iets is wat ons kleine ik ver te boven gaat.

Het is juist dat ‘iets’, dat op meest indringende wijze gesymboliseerd wordt door het Paasverhaal van lijden, dood en opstanding. Waarbij de betekenis van opstaan zelfs nog verder reikt dan het overstijgen van de dood. Immers, na zijn totale overgave aan het kruis is daar ineens weer het opstandige, dat de mens van Nazareth altijd kenmerkte. Het Licht in hem, dat zich nooit heeft neergelegd bij de macht van het kwaad. Maar zó fel bleef schijnen dat zelfs de diepste duisternis geen weerwoord meer had.

Ontvankelijker

Het lijkt alsof we juist nu, op dit moment in de geschiedenis, net iets ontvankelijker zijn voor gedachten en gevoelens als deze. Want als er één realiteit radicaal veranderd is sinds de pandemie die we collectief door maakten, is het wel een ontwaakt besef van onze kwetsbaarheid en eindigheid. Het wonderlijke was dat iedereen op slag even kwetsbaar was. Want geen infectie kon worden omzeild, verzekerd, gecompenseerd, of simpelweg ontkend. Iedereen liep evenveel kans ziek te worden. Of er aan te sterven.

Sluimerend…

Het dieper door dringen van precies deze existentiële broosheid, is tevens het antwoord op de soms wanhopige vraag die gesteld werd naar het waarom van die infectiecrisis. Zolang het leven lekker loopt, zolang we kunnen beschikken over alles wat we willen en wensen, en zolang we daarbij maar zelf de regie kunnen hebben over ons dagelijks leven, sluimert het besef van onze eigen kwetsbaarheid en eindigheid hooguit op de achtergrond. Blijft het veilig opgeborgen in de kluis van het onderbewustzijn.

Maar zodra zich een acute bestaansbedreiging aandient die we niet hebben voorzien, is daar plotseling die ontzagwekkende gewaarwording van onze nietigheid als mens. De confrontatie dat het mysterie dat Leven heet, ons slechts gegeven is. En daarmee haaks staat op de gecultiveerde illusie dat wij het zelf zouden zijn, die het kunnen beheersen. Ineens was daar die pijnlijke gewaarwording van onze menselijke kleinheid, waartoe we ons dienden te verhouden. Want zelfs de zo aanbeden wetenschap en z’n blinde vertrouwen op de ratio, had even geen antwoorden meer.

Verdrongen

Eerlijk gezegd denk ik dat precies daar, rond het acute verlies aan regie over ons eigen leven, de sluimerende doodsangst die een mens vergezelt op z’n levensreis, manifest werd. In feite werpt het ons terug op de vroegste fase van ons bestaan, toen we nog Kind waren. Ook destijds hadden we geen regie over ons leven. Waren het volwassenen die beslissingen voor ons namen en van wie we afhankelijk waren. Ook toen konden we niet anders dan vertrouwen dat die het beste met ons voor hadden, omdat ze nu eenmaal van ons hielden.

Naarmate we groeiden en ontwikkelden, kregen we steeds een beetje méér regie in handen over het eigen leven. Zoveel zelfs, dat we gingen geloven in de illusie dat wij het zelf zijn, die alles kunnen regelen en bepalen. Zo verdrongen we dat pijnlijke besef van kwetsbaarheid, dat als broos fundament nu juist bedoeld in ons hele bestaan verweven ligt.

Rode draad

Ooit was er een dag dat we geboren werden, als zuigeling op aarde. Naakt, kwetsbaar en in totale weerloosheid. Overgeleverd aan de liefde en zorg van mensen uit wie we voort kwamen. En ooit zal er een dag zijn dat we sterven. Normaal gesproken gebeurt ook dat in een staat van afhankelijkheid en overgave. Verreweg de twee belangrijkste momenten in een mensenleven, geboorte en sterven. Beide doortrokken van weerloosheid. En dus ligt ook daar de ongemakkelijke rode draad van een mensenleven. Wat we onszelf ook (liever) wijs maken op dit punt.

De pandemie waaraan alleen al in Nederland 40-duizend mensen stierven. Wreed oorlogsgeweld in Europa; het grote kwaad waardoor een hele bevolking aan het kruis genageld wordt. En tenslotte het Paasverhaal van april 2022. Alle drie bepalen ze ons indringend bij onze machteloosheid jegens het menselijk lijden. Precies daar ligt onze eigen ontreddering. Omdat al dat zinloos lijden niet langer kan worden ontkend, verzacht of weg geredeneerd. Zelfs niet met een geromantiseerde vertelling van het Paasverhaal.

Overstijgen

Tweede Paasdag leent zich bij uitstek voor introspectie op wat het verhaal ons nog meer te zeggen heeft. In elk geval dat we er niet zijn met rationalisering of relativering van het menselijk lijden. Evenmin met de illusie dat het kwaad in de mens ooit definitief verslagen zal worden. Al kan een afgehakt oor van hem die niet wil luisteren, best helpen de ander tot rede te brengen. Maar wel dat we nimmer vervallen in apathie, en er vastberaden voor kiezen dat kwaad te zullen overstijgen.

Hoe…? Alleen al door telkens nadat het lijden ons of de ander gijzelde, opnieuw op te staan. En die grootste schat van ons bestaan vrijuit te delen met ieder mens die er voor open staat: ons goddelijke Licht en de eindeloze Liefde die daar telkens uit ontspringt. Zodat ons hart in eerbied kloppen blijft voor al wat weerloos is. Pas dan bloeit op het Paasverhaal een rode roos.

Tekst: Herbert van Weerdenburg