Begin jaren ‘90 had ik een diepgaand gesprek met een oudere vriend over de Zin van Het Leven. Volgens hem bestond die zin er vooral uit “dat we moeten zorgen dat we hier op aarde gelukkig zijn als mens”. Hoewel ik zijn inzicht respecteerde, klopte er op gevoelslevel voor mij iets niet in zijn redenatie. “Gelukkig moeten zijn als mens”, vroeg ik me af. Wat is dat dan precies…? Aan welke of wiens maatstaf meet je dat eigenlijk af? En hoe zit het dan met die talloze mensen die worstelen met forse tegenslag, of met mentale en emotionele pijn in hun leven? En die dat “gelukkig zijn” alsmaar niet echt voor elkaar krijgen. Hebben ze het misschien niet goed begrepen, of doen ze iets verkeerd?

Op al dit soort vragen ontstonden bij mij pas in de loop der jaren coutouren van antwoorden. Overigens was het niet alleen zijn visie op de zin van het leven, maar vooral ook mijn eigen therapeutische werk met mensen door de jaren heen, waardoor ik meer dan eens noodzaak voelde hierover na te denken. Hoe dan ook, in elke fase van mijn leven leidde dit vraagstuk, de zin van ons bestaan, tot andere, nieuwe, of in elk geval aanvullende inzichten. Tien jaar geleden zou ik ze dus anders hebben beantwoord dan ik nu kan doen. Als er ergens sprake is van “voortschrijdend inzicht”, dan is het wel in dit vraagstuk.

Relatief

Om te beginnen zit in de uitspraak “gelukkig zijn als mens” een impliciete aanname die nooit algemeen geldend beantwoord kan worden. Hooguit voor onszelf maar per definitie niet voor een ander. Want de één is tevreden met een bescheiden flatje in de binnenstad, terwijl de ander pas gelukkig kan zijn met een groot vrijstaand huis. Voor de één is een goede baan een must om vervulling te vinden in het leven, terwijl voor de ander hele andere (menselijke) waarden voorop staan. Sommige mensen voelen zich al gelukkig wanneer ze gezond zijn en de toekomst van hun leven in grote lijnen kunnen overzien. Waar anderen veel meer nodig hebben dan dat. De één heeft aan een bescheiden inkomen genoeg, terwijl de ander financieel onafhankelijk wil zijn om zich gelukkig te kunnen voelen. En tenslotte is voor de ene mens leven zonder religie of levensovertuiging ondenkbaar, terwijl het voor de ander juist als ballast wordt ervaren.

Veel daarbij staat en valt met de grondwaarden en normen waarmee we zijn opgegroeid van kind naar volwassenheid. Het maakt nogal verschil of je ouders had die een eigen bedrijf hadden en vanuit die invalshoek vooral waarde hechtten aan de zakelijke, dus materiële aspecten van het leven. Of dat de ouders werkzaam waren als hulpverlener, onderwijzer, of verpleegkundige. Voor mijzelf is altijd bepalend geweest de eerste visie op zingeving, zoals ik die mee kreeg van een uitzonderlijk onderwijzer van de school waarop ik zat. En die uiteindelijk kan worden samengevat in de kernachtige tekst op zijn grafsteen: ‘Niemand leeft voor zichzelf’. Omdat dat direct aansloot bij de socialisatie binnen mijn gezin van herkomst, is de kracht van zijn levensmotto ook voor mij een leidend motief geworden in de manier waarop ik richting probeer te geven aan mijn leven. En me aldus verhoud tot de ander.

Gerichtheid

Daarmee komen we aan één van de allerbelangrijkste factoren die beslissend zijn voor de vraag of we als mens ‘gelukkig’ zijn. En dat is de persoonlijke gerichtheid waarmee we in het leven staan. Die laat zich het beste vertalen als een soort basishouding waarmee we geneigd zijn het leven te benaderen.

Ook binnen intieme relaties tussen man en vrouw is het meestal deze gerichtheid die bepalend is of twee mensen op de lange duur gelukkig kunnen zijn met elkaar. Soms zijn de verschillen daarin zo groot dat het een leven lang tijd vraagt ze te overbruggen. In de periode dat een partnerkeuze werd gemaakt leek het nog wel zo aantrekkelijk: iemand die op een totaal andere manier in het leven staat dan wijzelf. Maar in de realiteit van elke dag vraagt een verschillende gerichtheid veel inspanning om elkaar te kunnen blijven verstaan. In mijn ervaring met begeleiding van stellen met relatieproblematiek, is een sterk verschillende gerichtheid zelfs de oorsprong van verreweg het meeste onbegrip. En van alle pijn en conflicten die daar het gevolg van zijn.

Laten gebeuren

Vanmorgen zag ik in tv-programma De Verwondering een vraaggesprek met Maria van Mierlo. Voor haar ging er een wereld open toen ze de ‘Regel van Benedictus’ ontdekte, ofwel zijn handleiding voor een zinvol religieus leven. Met voor haar centrale kernbegrippen als ‘gehoorzaamheid’, leven vanuit eenvoud, met matigheid en met werkelijke aandacht. Aandacht wowel voor wat er in jezelf leeft als in de ander. Het begrip gehoorzaamheid wordt door haar vooral verstaan als het kunnen los laten van het eeuwige “Ik wil…”. Zodat er op termijn misschien een begin van ruimte kan ontstaan voor de veel ruimere notie “Uw wil geschiedde….”.

Voor haar persoonlijk bracht deze nieuwe perceptie op het leven, grote veranderingen met zich mee. Die ze nog steeds ervaart als een groot cadeau in haar leven. “Van een manier van leven vanuit een harnas, waarin ik over alles controle wilde houden, en een voortdurend streven naar perfectie, naar een leven van laten gebeuren.”

Of, zoals Franciscaan Rob van den Brink het ooit zo beeldend uitdrukte: “Zolang wij alsmaar het roer van ons leven krampachtig zelf in handen willen houden, kan God er niet bij….” Zijn doorleefde wijsheid sluit nauw aan bij het boeiende inzicht, zoals de veel gelezen Amerikaanse schrijfster Byron Katie het verwoordt in haar inspirerende boek ‘Willen wat je krijgt…!’

Enkel-voudig zijn

Tenslotte is het persoonlijk verstaan van het begrip eenvoud door Maria van Mierlo, misschien iets om eens rustig te overdenken op een regenachtige dag als vandaag. Voor haar betekent het vooral leren om enkel-voudig te zijn. “Alle lagen af te leggen die me nog gevangen houden in wie ik niet wezenlijk ben. Daardoor steeds echter zijn, vooral ook in mijn kwetsbaarheid. Die ontdekking, van kunnen leven in volledige waarheid met mezelf, is zowel een feest als een groot geschenk.”

Tekst: Herbert van Weerdenburg