Terwijl Rob Jetten als minister vertelde dat de resterende vier kolencentrales in Nederland voorlopig weer even op volle toeren draaien, zodat we komende winter niet zonder gas zitten te verkleumen bij een glaasje Jägermeister, zag hij wat zwart om z’n kin. Beduidend zwarter dan anders. Het bleef mij fascineren of hij zich net die ene dag minder goed geschoren had, of dat hij een hele nacht had moeten door halen om dit besluit voor zichzelf te kunnen verantwoorden. Je las dat vroeger wel eens. Dat politici die leefden voor hun idealen soms worstelden met hun geweten, wanneer ze gedwongen waren een compromis te sluiten. Of had hij in de haast bij een kachelwinkel misschien zelf een zakje kolen gekocht? Zodat hij voor die persconferentie tenminste ééns in z’n leven aan echte kolen had kunnen voelen en ruiken.

Als kind volgde ik geboeid hoe de kolenboer bij ons juten zakken met kolen kwam afleveren, die hij persoonlijk leegde in het kolenhokje in de bijkeuken. We schrijven begin jaren ’60, en in het nieuwbouwhuis van die dagen stond een kloeke kolenkachel die ons snorrend de winter door hielp. Die kachels waren nooit wit of beige, omdat ze dan beter in het design-interieur pasten. Alles draaide om functionaliteit in die dagen, en nog altijd kan ik ontroerd raken door schoonheid van objecten die alleen maar uitblinken in het primaire doel waarvoor ze ontworpen werden. En dus was onze kolenkachel grijs. Totdat die plaats maakte voor een eveneens grijze gaskachel, die vervolgens 40 jaar lang mee ging. Kwaliteit en duurzaamheid spraken toen vanzelf.

Lijfsbehoud

Maar goed, besluiten nemen in het algemeen belang voor een land met 17 miljoen deskundigen. Het is in deze tijd één van de minst begeerde taken. Wanneer iemand vroeger gevraagd werd minister te worden, was dat nog een voorrecht. Het was niet niks wanneer anderen meenden dat bij uitstek jij het meest geschikt was om op bepaalde gebieden de leiding van het land te nemen. Hoe anders is dat tegenwoordig. In een tijdperk waarin iedere nieuwe minister vanaf de dag dat hij of zij beëdigd wordt, eerst een uitgebreid handboek ontvangt inzake z’n persoonlijke veiligheid en lijfsbehoud.

Op papier leven we in een parlementaire democratie, waarin op basis van argumenten van gedachten wordt gewisseld met alle partijen, voordat besluiten vallen. Maar de verharding in de manier van overleggen heeft zulke vormen aangenomen, dat we dicht bij het punt zijn waar vooral het recht van de sterkste geldt. Of tenminste het recht van degene die het slimst de media weet te bespelen. Desnoods door inzet van chantage en intimidatie. Zoals ook minister Christianne van der Wal ondervond, toen ze thuis in haar privésfeer werd opgezocht door boze boeren.

Grutto’s

Het is goed te weten dat bij lange na niet alle boeren in Nederland domweg roepen, razen, en gediend zijn van methoden als intimidatie en geweld. Lang niet iedereen huilt mee in de antieke opvatting dat de veeteeltsector zodanig ongeremd de natuur moet kunnen belasten, dat er geen kievit en grutto meer te vinden is die wil broeden op haar graslanden. Immers, al deze boerende mannen en vrouwen beseffen dat er al sinds 1984 dringend van hen werd gevraagd hun uitstoot van methaan en stikstof te beperken. De toenmalige minister van landbouw was de eerste die daarvoor een plan opstelde, omdat destijds al duidelijk was dat de gevolgen van ongebreidelde schaalvergroting ondraaglijk werden. Bijna veertig jaar lang zijn veel veehouders en hun opvolgers daarvoor doof en blind geweest. Schaalvergroting was en bleef hun heilige graal.

Een paar duizend andere boeren in Nederland hebben sindsdien de omschakeling gemaakt naar een veeteelt en landbouw waarbij de dagelijkse zorg voor de natuur een integraal deel uitmaakt van hun bedrijfsvoering. In het volle besef dat een vitale en duurzame natuur de basis is van een verantwoorde voedselvoorziening. Maar ook omdat het welzijn van landbouwdieren hen persoonlijk aan het hart gaat. Wetend dat ook dieren bezielde wezens zijn die respect verdienen, inclusief de fysieke ruimte waar ze recht op hebben om een dierwaardig bestaan te kunnen leiden. Dat geldt ook voor welkome gasten als kievit en grutto, die door destructief gebruik van weidelanden zijn verdreven.

Inspirerend

Veel van deze vooruitstrevende landbouwers schakelden daarom bewust over op biologisch boeren. Waarbij zowel de natuurlijke, menselijke als dierlijke maat der dingen eindelijk weer centraal kwam te staan. Daarmee waren ze een inspirerend voorbeeld voor talloze collega’s die hen in de loop van al die veertig jaar vrijwillig zijn gevolgd. Eenvoudig omdat ze die andere, macabere vorm van agrarisch ondernemen niet langer konden verantwoorden voor hun geweten.

Eén van die bioboeren blijkt tot mijn verrassing dicht bij me te wonen. Gister las ik zijn pleidooi in een ingezonden brief aan de Volkskrant. Daarin vroeg hij de overheid vooral rekening te houden met al die boeren die zichzelf grote offers hebben getroost door tijdig hun bakens te verzetten. In het belang van een verantwoord en bewuster beheer van natuur en milieu. De oprechte zorg en toewijding die onder zijn pleidooi schuil ging, raakte me. En dus besloot ik hem en z’n partner persoonlijk een bloemetje te brengen. Als teken van diepe waardering voor hun oog voor verbinding met al wat leeft in die schepping. Zoals koeien, geiten, varkens, schapen, kippen, kieviten en grutto’s, alsook het grasland waarin zij horen te broeden. Een bloemetje namens al wat leeft en bezield is, maar niet zelf een stem heeft om zich te laten horen.

Tekst: Herbert van Weerdenburg

Copyright 2022 © Huis van Verwondering