De winter van 1947 behoort tot de aller strengste van de vorige eeuw. Het vroor toen bij vlagen zo hard, dat wanneer je een bad liet vol lopen met water, je er razendsnel in moest liggen. Anders kwam je zelfs met een bijl niet meer door het ijs.

De observatie is opgeschreven door Godfried Bomans, grondlegger van de betere humor in de Nederlandse literatuur. Altijd wanneer meteorologen een vorstperiode aankondigen, komt deze typisch ‘Bomansiaanse’ overdrijving in m’n herinnering. In de meesterlijke manier waarop hij die stijlvorm hanteerde zat zoveel relativering besloten, dat zijn boeken bij een hele generatie op het nachtkastje lagen. Geen geruststellender leesstof voor het slapen gaan dan een verhaal van Bomans.

Mild

Vandaag moet ik onwillekeurig terug denken aan mensen zoals Bomans en Toon Hermans, die beiden zo geliefd waren door hun gave om met behulp van humor dingen terug te brengen tot normale proporties. Beiden hadden die relativering verheven tot ware kunst, doordat hun humor altijd mild was. Niemand werd er door gekwetst of beschadigd. In tegendeel: hun taal werkte via de lachspieren als balsem voor de ziel. Het maakte de ongerijmdheid van het dagelijks leven zoveel draaglijker.

Wat hen ook verbond was dat beiden niet hoefden roepen of schreeuwen om hun boodschap kracht bij te zetten. Hoge toon, verontwaardiging en grofheid waren hen volkomen vreemd. Als ze spraken voor een microfoon, was het bijna altijd op gedempte toon, zodat iedereen extra goed luisterde. Bomans overleed te vroeg in 1971 en Hermans ging heen in 2000, vlak na de eeuwwisseling. Wat een leegte hebben ze achter gelaten, die twee. En hoe groot zou hun verbazing zijn, als ze nu nog een dagje mee konden doen op aarde. Want op gedempte toon wordt niet meer gesproken in het publieke domein. Onverschillig welk onderwerp voorbij komt, de volumeknop van de megafoon staat automatisch op maximum. Elkaar overschreeuwen lijkt de nieuwe norm geworden.

Zwakbegaafd…

Deze week werden twee (!) tropische dagen aangekondigd door nerveuze meteorologen. Alleen al de manier waarop dat in 2022 gebeurt doet denken aan een intens bezorgde ouder, die een zes-jarig kind toespreekt dat nog niet los vertrouwd is. Vergelijkbaar met hoe volwassenen in oorlogsgebied hun kroost instructies geven over hoe te schuilen zodra er bommen vallen.

Vooral de sociale media, maar zeker ook sommige reguliere media, doen de rest. Op hysterische toon wordt een sfeertje gekweekt, alsof zeven provincies na woensdag zullen zijn vergaan. Alarmfase 1 wordt uitgeroepen met “Code Geel…!”. Alsof de hele bevolking bestaat uit zwakbegaafde kinderen, die zonder deze opgeklopte paniekzaaierij een wisse dood tegemoet zouden gaan.

Weerbaarheid

Waarbij het ergste misschien nog wel is dat we aan dit soort hysterie gewend zijn geraakt. In een tijdperk waarin iedereen mondiger is dan ooit, huisartsen niets meer aan hun werk vinden omdat patiënten alles beter denken te weten, verkeert de homo sapiens in acute staat van ontreddering wanneer de thermometer boven de 30 graden klimt. Elke natuurlijke weerbaarheid is verdampt, het incasseringsvermogen gedaald beneden het nulpunt. In plaats daarvan zwepen we elkaar op tot een staat van verongelijkte hulpeloosheid die z’n weerga niet kent. Waarbij de opwinding een dag later net zo gemakkelijk wordt afgereageerd op vrijwilligers van een reddingsbrigade, die tot hun spijt net te laat kwamen om een drenkeling uit zee te halen.

Het is dat er niemand aansprakelijk gesteld kan worden voor twee tropische dagen, anders zou het zeker schadeclaims regenen in dit land. Want, dat is inmiddels een vast patroon, iemand moet boeten voor onze angsten, pijntjes en onvrede.

Medelijden

Ik durf het bijna niet hardop te zeggen, maar als er al een god bestaat die zich met onze realiteit bemoeit, heb ik te doen met Hem, Haar of Het. Wanneer twee prachtige zomerdagen al met zoveel misbaar en onvrede worden ontvangen in Holland, wat kun je dan nog verzinnen om het mensen die vakantie vieren wel naar de zin te maken.

‘Weet je wat het is?’, zei Godfried ginds fluisterend tegen Toon. ‘In Oekraïne werd deze week geen wanklank gehoord over een paar uitbundige zomerdagen. Ze werden in dank aanvaard, zodat kinderen in de zwembaden daar, eindelijk weer eens even samen konden spelen, lachen en ravotten. En ’s avonds voor het slapen gaan, bedankten ze onze Lieve Heer. Die boven in de hemel zo goed op hun gesneuvelde pappa past…’ Toon knikte stilletjes, terwijl er een traan over zijn wang liep.

Tekst: Herbert van Weerdenburg