Rond 1970 logeerde ik wel eens bij een oom en tante die boerden in Friesland. Hun boerderij was van gemiddelde omvang voor een veeboer in die tijd. Eigenlijk best ruim bemeten wat betreft woonhuis, inpandige stallen, bovenverdieping, etc. Wat wel kleinschaliger was dan gemiddeld, dat was hun veestapel. Hij hield zo’n 16 koeien en één werkpaard. Daarnaast in een bij-stal wat jong vee, een stier die persoonlijk voor deze nakomelingen had gezorgd, een paar geiten, soms een varken, en een hond.

En natuurlijk 10 hectare land, zodat de koeien alle ruimte hadden om op tijd verweid te kunnen worden naar een vers stuk gras. Praktisch de hele zomer waren ze buiten, want ze werden op het land gemolken. Tenzij noodweer dreigde, dan werden ze binnen gehaald.

Hoe dan ook, oom Jochum zag helemaal niets in het doen van grote investeringen om uit te breiden, zoals sommige boeren in zijn omgeving deden in die dagen. Dat begon vaak met de bouw van een grotere of ligboxenstal, waarvoor een forse hypotheek moest worden afgesloten bij de bank. Om die lening terug te verdienen moest het aantal koeien tenminste verdriedubbeld, omdat die investering anders niet rendabel zou zijn.

Prima leven

Maar Jochum en z’n vrouw hadden geen enkele behoefte aan een grotere stal, omdat ze prima konden leven van wat hun kleinschalige veehouderij opleverde aan inkomen. Daarbij hadden ze geen zoon of dochter die de boerderij wilde voort zetten, dus ook daarom zagen ze niets in schaalvergroting. En dus werd hij op zeker moment uitgekocht door de overheid, in het kader van een grootschalige sanering van kleine boeren in de jaren ‘70. Dat vond hij trouwens helemaal niet erg, omdat hij al van kinds af aan hard had gewerkt, op wat toen nog de boerderij van z’n vader was geweest.

Pas vele jaren later realiseerde ik me dat mijn oom en tante altijd biologisch geboerd hebben. Alles was dusdanig kleinschalig dat er van een serieuze belasting van de natuur geen sprake was. In tegendeel, alles viel organisch samen met elkaar. Goed, hij gebruikte soms wat kunstmest als het voorjaarsweer zodanig tegen viel dat het gras wel een steuntje kon gebruiken, maar wel minimaal. Daarnaast had hij geen tractor omdat hij zwoer bij z’n trouwe werkpaard voor de wagen met een paar melkbussen.

Eerlijk

Zo heeft hij zeker een jaar of veertig geboerd, op een manier die hij altijd goed kon overzien. Kleinschalig en biologisch. Elke koe kende hij van haver tot gort, en zij hem. Koeien waren zelden ziek, en antibiotica was zelden nodig. Vele jaren later sprak ik wel eens met hem over de keuze die hij destijds had gemaakt in zijn afkeer van grootschalig boeren. Nu was Jochum geen prater, dus was het zaak goed op te letten wanneer hij zich dingen liet ontvallen die van belang waren. Daarvan heb ik er een paar onthouden, waarbij één van zijn inzichten opvallend vaak terug kwam. Waarmee het kan gelden als het levensmotto dat hij als boer hanteerde. ‘Je moet er goed om denken’, zei hij dan. ‘Maar eerlijk boeren duurt het langst…!’

Daarmee wilde hij zeggen dat het uithalen van allerlei ‘fratsen’ om de melkproductie van z’n koeien kunstmatig op te jagen, zoals hij dat noemde, op lange termijn meer zou kosten dan het opleverde. Een tweede boerenwijsheid uit zijn koker is me ook bij gebleven. Namelijk: ‘Hardlopers zijn doodlopers…!’. Waarbij opvallend was dat hij altijd groot plezier had wanneer hij die woorden uitsprak. Alsof hij over geheime kennis beschikte waaruit bleek dat het best nog even kon duren voordat die wijsheid bij z’n collega-boeren was geland…

Veertig jaar

Uiteindelijk heeft Jochum na zijn pensionering nog een dikke 40 jaar moeten wachten, voordat hij gelijk kreeg. En het systeem van schaalvergroting zo gierend uit de klauwen was gelopen dat er geen grutto of kievit meer op het boerenland broedde, en er geen wilde bloem of kruid meer bloeide. Al in 1984 maakte de toenmalige minister van landbouw Gerrit Braks bekend dat reductie van methaan en stikstof voor veehouders onontkoombaar was. Hij riep boerend Nederland op vrijwillig de bakens te verzetten, zodat de overheid niet hoefde ingrijpen.

Na Braks passeerden vele ministers van landbouw de revue. Telkens opnieuw werd de intensieve veehouderij te verstaan gegeven dat het zo niet langer kon. Dat de grenzen van de schaalvergroting waren bereikt, en dat er ingrijpende maatregelen zouden volgen als de boeren geen eigen verantwoordelijkheid namen. Vertegenwoordigers van de boeren beloofden telkens beterschap, maar in de praktijk bleef schaalvergroting de heilige graal waarop boeren massaal inzetten. De bio-industrie die vanaf de jaren ’80 een grote vlucht maakte bleek niet te stoppen. Wat welke minister ook voorstelde of verwachtte aan eigen verantwoordelijkheid.

Dierlijke maat

En dus kon het niet uitblijven dat het systeem finaal zou vast lopen. Ondanks dat besef, bleven verschillende regeringen de hete aardappel voor zich uit schuiven. Maar uiteindelijk koos de Nederlandse bevolking in 2021 voor een parlementaire meerderheid die niet anders kon dan de naakte waarheid onder ogen zien. Te veel is te veel, alle grenzen zijn ver overschreden. En omdat er te laat werd ingegrepen moet dat nu op een manier die intensieve veeboeren hadden kunnen voorkomen, door zelf tijdig hun bakens te verzetten. Zoals een paarduizend biologische boeren in de afgelopen 40 jaar inmiddels deden, toen ze hun verantwoordelijkheid namen voor al wat leeft in de schepping. Terug naar de menselijke maat, de dierlijke maat, en een bedrijfsvoering waarbij de grenzen van wat de natuur aan kan, worden gerespecteerd.

De parlementaire meerderheid die vorig jaar werd gekozen, is aanzienlijk. Ruim tweederde van de Tweede Kamer steunt het stikstofbeleid van de overheid. Het spreekt voor zich dat er een nette regeling wordt getroffen voor boeren die nu gedwongen zijn te stoppen met hun intensieve veehouderij. Maar als een grote verrassing voor hen kan het echt niet komen. Laten we daarom hopen dat ook teleurgestelde boeren beseffen dat ze, net als iedereen in dit democratische land, zich aan wetten en regels dienen te houden. Zoals de mogelijkheid van vrije meningsuiting en het recht om te demonstreren.

Tekort

Maar dreigen met het afsnijden van de voedselvoorziening naar supermarkten, snelwegen blokkeren, en intimidatie van bewindspersonen, is een vorm van afpersing die werkelijk alle perken te buiten gaat. Ook daarin laten sommige boeren zien dat ze geen enkel besef hebben van proportionaliteit in doel en middelen. Precies dat tekort aan aanvoelend vermogen heeft er toe geleid dat ze niet één of twee, maar vele kansen hebben gemist hun industriële landbouw aan te passen aan wat noodzakelijk is in deze tijd.

Tekst: Herbert van Weerdenburg