“De constructie zoals wij die samen hebben, is voor mij echt het beste van twee werelden. Ik zou het voor geen goud willen missen….!” Ze keek me aan, alsof ze hoopte dat ik haar ontboezeming zou beamen met een soortgelijke bekentenis. Intussen nam ze voorzichtig nog een slokje van haar kruidenthee. Ik zag hoe haar ogen vochtig werden toen ze zich een ogenblik voorstelde dat onze hartsverbinding misschien wel eens niet voor altijd houdbaar zou blijken.

Het was half mei maar nog behoorlijk fris op het terrasje. Om ons heen genoten mensen zichtbaar van het voorjaarszonnetje, na een maandenlange lockdown. Ongemerkt legde ik mijn warme hand op haar koude hand, zoals ik wel vaker deed. Om haar te troosten, dit keer. Doorgaans om haar te bevestigen, soms ook bemoedigen. Of zomaar, als uitdrukking van onze diepe verbondenheid als zielsverwanten.

Heilig respect

Dit soort lichamelijke communicatie tussen ons was volstrekt vanzelfsprekend ontstaan. Vanaf het allereerste moment dat we er samen opgetogen op uit trokken voor een frisse herfstwandeling op de heide. Maar toch ook omdat al sinds jaren nooit iemand anders dat meer deed, op die manier. Zo’n teder gebaar van menselijke genegenheid naar haar maakte. En ik letterlijk de enige in haar leven was die het kon doen. Woordloos, op die vertrouwelijke manier. Zonder enige bijbedoeling en vanuit een heilig respect voor haar integriteit en vrijheid, in alle opzichten.

Terwijl ik me verbaasde over de pijnscheut die door me heen vlamde, keek ik naar haar wilskrachtige maar getekende gezicht. Waarop de sporen van langjarig overleven in een woestijn aan geestelijke en lichamelijke intimiteit, nog altijd zichtbaar waren. Eigenlijk, voelde ik, belichtte dit ene unieke moment in de tijd feilloos het kwetsbare fundament waarop onze verbinding al die tijd gebaseerd was geweest.

Harts-intentie

Overigens met beider goedvinden. Het was een stilzwijgende overeenkomst, zoals de meeste deals in het leven vanzelf tot stand komen, achteraf bezien. Met als zuivere harts-intentie van mijn kant: ‘Ik zal er zijn voor jou…! Ik ben er als bondgenoot en metgezel, met een hoofdletter. En dus, waar nodig, ook om de emotionele kou in jouw leven ietsje te verzachten.’

Want het was vooral dat schrijnende gebrek aan emotionele verbinding en affectie dat zoveel impact op haar had gehad tijdens haar huwelijksjaren, dat ze het bijna altijd koud had. Niet alleen lichamelijk, maar vooral op hart- en zielsniveau. Een vrouw van middelbare leeftijd die ogenschijnlijk alles keurig voor elkaar had in haar leven, waarvan ze als meisje had gedroomd. Een huwelijk met iemand die royaal kon voorzien in haar gevoel van materiële veiligheid. Omdat precies schaarste de grote wond was die ze vanaf haar jeugd met zich mee droeg, toen het in haar gezin van herkomst voornamelijk over-leven was geweest. Ook in materiële zin.

Veelzeggend

En dus beschikte ze over een comfortabel huis, waar ze met hem en hun kinderen kon leven, midden in de schone natuur van een lieflijk landschap. Dankbaar werk met mensen, dat haar zoveel voldoening schonk, en dat ze vloeiend kon combineren met haar overige taken omdat ze het aan huis deed. Daarnaast nog een paar contacten en vriendschappen, die zin en betekenis gaven aan haar leven. Maar die zo weinig mogelijk beslag legden op haar buitensporig grote behoefte aan tijd en ruimte voor zichzelf. Mensen dus die ze maar af en toe ontmoette. Hoe veelzeggend was het in dat licht dat zij en ik al anderhalf jaar frequent een dagdeel met elkaar optrokken. Omdat die heerlijke kwaliteitstijd voor beiden zo weldadig aanvoelde. “Als ik geen gezin zou hebben, sprak ik liefst twee keer per week af”, had ze eerder verzucht. “Eindelijk voel ik me weer mens…!”

Voor het eerst in al die tijd kreeg ik een schok omdat in een flits tot me door drong waar de weeffout zat die binnen onze vriendschap begon te leiden tot ongemak. Want wat voor de één het beste van twee werelden is, betekent meestal dat de ander het karige deel in handen heeft. Het gedeelte dat behalve vervulde, langzamerhand ook begon te schuren bij gebrek aan wederkerigheid. Meestal viel die keerzijde even weg in de wekelijkse uren waarop we samen intens genoten van al het harmonieuze dat ons zo vanzelfsprekend verbond. Maar die juist door de kille afstand van de eerste lockdown en de oorverdovende stilte bij gebrek aan communicatie, steeds indringender voelbaar was geworden.

Zeldzaam

Nooit had ik onze verbinding beschouwd als een constructie, een afgesproken kader. In mijn eigen beleving was onze vriendschap waarbinnen alles moeiteloos stroomde, immers zoveel méér dan dat. Even zeldzaam als onvoorwaardelijk, althans van mijn kant. Ontstaan op een moment dat mijn hart ineens wagenwijd open ging voor haar. Zonder dat later te reconstrueren viel waarom dat gebeurde. Het ontvouwde zich automatisch, juist omdat het zich onttrok aan voorwaarden vooraf, regeltjes of dubbele agenda’s. Ineens was het er, alsof het nooit anders was geweest. En het was Goed, al die tijd.

Wellicht een beetje merkwaardige vergelijking hoe het begonnen was, realiseerde ik me. Maar in zekere zin zoals je plotseling diep geraakt kunt worden op het moment dat een doorweekte, hongerige zwerfkat in zoveel kwetsbaarheid voor je staat, dat je geen keuze hebt. Direct op je hurken gaat zitten, en de eerste mens in lange tijd bent die haar mag doen voelen dat ze veilig is. Dat ze er toe doet. Dat je haar ziet en aanraakt om wie ze is in haar essentie. Voorbij kijkt aan een onooglijke vacht en angstige ogen, die heimelijk hunkeren naar even worden opgetild. Heel misschien zelfs naar een klein beetje menselijke warmte. Situaties waarover je geen seconde hoeft na te denken, omdat zodra ze zich aan je voordoen, de energie van het hart van nature ‘JA!’ zegt.

Argeloos

Al ging die analogie misschien wat ver, er zat in elk geval een kern van waarheid in. Zo was het gegaan in grote lijnen. Toen ik mezelf met haar verbond was ze er belabberd aan toe geweest. Forse beperkingen in haar dagelijks leven rond chronische vermoeidheid en allerlei energietekorten, maakten dat ze eigenlijk altijd in een overlevingsstand stond. Al vele jaren, want van een eerdere burn out was ze nooit helemaal hersteld. Ik had niet hoeven nadenken op haar vraag, want al ingestemd voordat ik de voors en tegens tegen elkaar kon afwegen. Omdat ik argeloos de stem van m’n hart volgde. Die er altijd vanuit gaat dat mensen te vertrouwen zijn totdat het tegendeel is gebleken. In plaats vanuit argwaan voorwaarden te stellen aan wie of wat op m’n weg komt, nam ik van nature liever het risico op een kneuzing of verwonding. Tenminste, zo had ik dat altijd gedaan, tot dan toe. Ondanks onvermijdelijke kwetsuren die deze houding eerder in m’n leven met zich mee had gebracht.

Levensles

Hoe het ook zij, mijn antwoord op haar ontboezeming over wat zij oprecht beschouwde als het beste van twee werelden voor haarzelf, is niet meer van belang. Maar vast staat dat elke pijnlijke situatie die zich voor doet tussen mensen, een belangrijke levensles met zich mee brengt. Nog extra in een diepe hart- en zielsverbinding tussen twee mensen. Meestal geldt daarbij: hoe traumatischer de les, hoe belangrijker ze achteraf gezien uiteindelijk bleek te zijn. Zouden we vooraf kunnen zien en kiezen, dan zouden we al die harde levenslessen natuurlijk behendig ontwijken.

Maar in de universele ordening van de Schepping is nu eenmaal anders beschikt. Leven staat gelijk aan Leren. Daar is geen ontkomen aan. Wat achteraf rest, is dat we heel misschien die ander soms nog kunnen bedanken voor de indringende les die werd geleerd. Dikwijls is dat te veel gevraagd, maar het is een mogelijkheid die troostend kan zijn. Tenminste, voor wie oprecht probeert te leven vanuit een verruimd bewustzijn.

Tekst: Herbert van Weerdenburg