Als nooit tevoren zijn we momenteel getuige hoe groot de impact van het Kwaad dat ontspringt aan het brein van één mens, kan zijn op de hele wereld. Dagelijks trekken de beelden van afschuwelijke destructie, dood en verderf aan ons netvlies voorbij. En telkens opnieuw leidt het tot ontsteltenis, verbijstering en diepe afschuw. Wat we zien in al z’n gewetenloze wreedheid, kennen wij eenvoudig niet. Behalve dan uit speelfilms. Juist daarom komt de realiteit zo rauw en krachtig binnen, en vervult die ons met afgrijzen.

Echter, in de geschiedenis van de mensheid is het voeren van oorlog waarin duizenden sneuvelen, helaas niets nieuws. Om de zoveel tijd kan het Kwaad in de mens zich niet langer beheersen, en reageert het zijn destructieve krachten schaamteloos af. Zoals we hebben gezien tijdens de Joegoslavië-oorlogen, in de jaren ‘90. Toen in Srebrenica met tankgranaten op weerloze burgers werd geschoten, onder meer tijdens een druk bezochte markt.

Gedumpt…

En daarnaast iemand het bevel gaf voor een massamoord op ruim 8 duizend ongewapende Bosnische jongens en mannen. In koelen bloede werden zij gedood en daarna in massagraven gedumpt door Servische militairen. Bulldozers werden daarbij ingezet. Alsof hun soms nog levende lichamen oud vuil waren. De schok die het teweeg bracht zal ik nooit vergeten, omdat het uitgerekend Nederlandse VN-militairen waren die plechtig hadden beloofd hen te zullen beschermen. Maar daarin volledig faalden. En, dat moet er bij gezegd, omdat de Franse generaal Bernard Janvier, die was belast met de militaire leiding van de UNPROFOR-missie, bewust verzuimde opdracht te geven tot een bombardement op de Serviërs. In elke analyse achteraf kwam men telkens tot één en dezelfde onthutsende conclusie. Namelijk dat slechts één krachtig bombardement op de Serviërs die de Nederlandse enclave hadden omsingeld, afdoende was geweest die massamoord te voorkomen.

Een kenmerk van oorlogsgeweld is dat het niet alleen slachtoffers maakt die er direct of indirect door worden getroffen. Doordat ze gedood, verwond of verminkt raken. Of doordat ze huis en haard moeten ontvluchten voor de verwoestende kracht van het geweld. Maar dat het daarnaast ook miljoenen mensen beïnvloedt die zich via de media op afstand verbonden voelen met hun lot. Ook zij (en wij) worden diep geraakt door de beelden van barbaars geweld, waarvan ieder weldenkend mens meende dat het nooit meer voor zou komen in dit tijdperk.

Secundair getraumatiseerd

In de psychische hulpverlening is het begrip secundaire traumatisering bekend. Het kan zich voordoen wanneer de aanhoudende verhalen die gespecialiseerde hulpverleners te horen krijgen van geweldsslachtoffers zo heftig zijn, dat zelfs getrainde therapeuten vroeger of later bezwijken onder die last. Indirect kunnen zij secundair getroffen worden door de gruwelijkheid van precies dezelfde trauma’s als cliënten en patiënten die bij hen aankloppen voor hulp. Dat laatste gebeurt zodra het niet meer lukt om de eigen gevoelsbeleving bij wat men professioneel telkens aanhoort aan wreedheden, voldoende uit te schakelen.

Iets wat daar sterk op lijkt, gebeurt momenteel met betrokken en meelevende mensen die weigeren zich af te keren van de gruwelen, zoals die vooral in bewegend beeld aan ons voorbij trekken. Die weigering heeft primair te maken met principes van solidariteit. Vanuit een luie stoel getuige zijn van wreedheden ginds, stelt relatief helemaal niets voor in vergelijking met degenen die er persoonlijk door worden getroffen. Tenminste, zo lijkt het.

Overwinnen

Maar in zekere zin kan het veelvuldig kijken naar de beelden van oorlogsgeweld soms zelfs ernstiger gevolgen hebben, dan voor duizenden mensen die momenteel in Oekraïne mee vechten tegen een wrede agressor. Immers, zij zetten hun angst, afgrijzen en woede over zoveel kwaadaardig geweld bewust om in daadwerkelijke actie. Zij overwinnen hun angst doordat hun woede zoveel groter is. Terwijl wij op afstand toe kijken vanuit onze stoel. En veroordeeld zijn tot machteloosheid in het forceren van een spoedig einde aan hun verschrikkelijke situatie.

Die ene vraag…

Hoe ontstellend vaak is na de Tweede Wereldoorlog niet de vraag gesteld “hoe het in godsnaam zover kon komen, dat tientallen miljoenen mensen hun leven moesten verliezen als gevolg van de krankzinnigheid van één psychisch gestoorde man…!”. Talloze boeken zijn er over vol geschreven, dat de hele wereld jaren lang in angst en beven moest leven voor hoe griezelig ver de demonische macht van één fascistische potentaat en zijn handlangers bleek te reiken. De schaarste, de honger, de angst, de gruwelen uit die jaren. Het zijn herinneringen die voor hen die deze tijd bewust hebben meegemaakt, een leven lang van invloed zijn gebleven. Ook nu nog, ruim 70 jaar later. (Klein)kinderen van oorlogsslachtoffers kunnen daarover mee praten, omdat de trauma’s van hun vaders en moeders ofwel niet bespreekbaar waren, ofwel immer als een grauwsluier voelbaar aanwezig bleven.

Niet alleen de mensen in een oorlogsgebied zelf raken meestal blijvend getraumatiseerd voor de rest van hun leven. Ofwel omdat zijzelf gewond zijn geraakt, berooid en dakloos achterbleven, of geliefden verloren aan het wapengeweld. Maar even vaak omdat zij persoonlijk getuige waren van gruwelijke beelden en geluiden die geprint staan op hun netvlies, nagalmen in hun oren. En doordat ze alsmaar opnieuw de geur opsnuiven van dood en verderf. Want als oorlogsgeweld door één ding herinnerd wordt, is het wel door de indringende geur die het teweeg brengt. Zoals gebleken is na de jarenlange oorlogen in voormalig Joegoslavië, duurt het vaak tenminste een hele generatie, voordat de traumatische herinneringen niet meer het hele leven beheersen.

Copingmechanismen

Voor ons die ‘veilig’ ver weg zitten als toeschouwers, zijn er intussen meerdere copingmechanismen beschikbaar om onszelf te verhouden tot het onnoemelijke leed dat de bevolking van Oekraïne treft. De eerste is om er bewust afstand van te nemen, mentaal en emotioneel. En ons te beperken tot ons normale dagelijkse leven, doen en laten. Er niet te veel aan denken, en rustig door gaan met de dingen die onszelf voldoening schenken. Ongemerkt wordt daarbij echter het voelend vermogen verdoofd, of zelfs helemaal afgeschakeld. Als gevolg waarvan een splitsing ontstaat in twee belevingswerelden: die van intens lijden daarginds en die van ons eigen comfort.

Een tweede mechanisme is dat van onverschilligheid en cynisme, teneinde onszelf te beschermen tegen de pijn van de machteloosheid, die ondraaglijk wringt. Vaak mondt die strategie uit in diverse gradaties van apathie. Met als risico op langere termijn dat deze gemoedgesteldheid ontaardt in verlies van vitaliteit, of het ontstaan van depressie.

Derde weg

De derde weg is een bewuste keuze onszelf niet af te sluiten voor de intensiteit van de gruwelen die we zien, horen en lezen. En juist in dat onvoorstelbare lijden dat we aanschouwen, onszelf te blijven verbinden met het lot van hen die het daadwerkelijk overkomt. Al is het maar op gevoelslevel. Zeker, die weg is belastend en vraagt veel kracht, aangezien we letterlijk mee lijden aan hun lijden. Al gebeurt dat dan op afstand.

Toch kies ikzelf bewust voor die laatste benadering. Niet omdat die meer bijdraagt aan een spoedig einde aan de oorlog. Maar wel omdat de omvang en intensiteit van oorlogsmisdaden soms eenvoudig van ons vraagt er bij te blijven…! Zoals een opa, die met een stervend kleinkind in z’n armen weet dat hij het ziekenhuis onmogelijk kan halen, nog maar één ding voor haar kan betekenen. Er bij blijven. Er simpelweg bij blijven tot het einde. Opdat het kind in z’n lijden wordt gezien en niet alleen is. Veel mannen zijn daar vaak niet goed in. Vrouwen zoveel beter, zoals ook bleek bij de wrede kruisiging van Jezus van Nazareth. Vrouwen bleven hem nabij.

Paasverhaal

Die derde weg staat volledig haaks op de eerste twee benaderingen. Empathie, mededogen en vooral compassie zijn hier de sleutelwoorden. Juist in een tijdperk van ieder-voor-zich, is het wezenlijk van belang onszelf te oefenen in deze diepste vorm van menselijkheid. Hoeveel het ook van onszelf vraagt. Immers, hoe ongemakkelijk die weg ook is, het staat in geen enkele verhouding tot het daadwerkelijke lijden van onze broers en zussen in Oekraïne.

Juist in de week voor Pasen kan deze benadering ons zoveel méér leren over de essentie van het lijdensverhaal, dan welke gepopulariseerde en dus geromantiseerde TV-musical dan ook ooit zal kunnen.

Tekst: Herbert van Weerdenburg