Afgelopen week hoorde ik uit de eerste hand een aangrijpend verhaal. Een nog zelfstandig wonende buurvrouw van 88 jaar oud, die inmiddels 17 jaar weduwe is, kreeg te horen dat één van haar benen moet worden afgezet. Nadat andere behandelmogelijkheden zijn uitgeput, kwam dit slecht nieuws gesprek aan als een mokerslag. Niet alleen bij haar, maar zeker ook bij haar kinderen. “Het liefst zou moeder willen dat ze haar been kan behouden, en dat ze euthanasie kan krijgen”, hoorde ik in gesprek met een van hen. “En ook wij willen niets liever dan haar deze vreselijke lijdensweg besparen…!”

Een diep-tragische situatie waarin de blinde vlek van de huidige euthanasiewetgeving ineens levensgroot op tafel ligt. Want strikt genomen is actieve euthanasie alleen mogelijk bij ondraaglijk lijden, dat tevens uitzichtloos is. Daarvan is in een situatie als deze volgens zowel letter als geest van de wet geen sprake. Immers, van ondraaglijk lijden is nog geen sprake, laat staan van uitzichtloos lijden. Hoewel deze vrouw al geruime tijd ernstige pijnen heeft aan haar been, zijn medici van opvatting dat haar pijnen na amputatie kunnen worden onderdrukt met behulp van krachtige pijnstilling.

Verruimd

Al tientallen jaren wordt in Nederland nagedacht over de vraag of deze wetgeving moet worden verruimd. Zodat euthanasie niet uitsluitend kan worden toegepast bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Maar ook wanneer iemand op hoge leeftijd van mening is dat zijn of haar leven is voltooid. Dus ‘klaar’ is met leven. Natuurlijk zou zo’n aanpassing van de euthanasiewet worden omgeven met even strikte voorwaarden en bepalingen als nu al gelden voor euthanasie bij ondraaglijk lijden. Zodat je hoe dan ook voorkomt dat iemand lichtzinnig een stervensverzoek doet zonder dat eerst grondig getoetst wordt of die wens niet voort komt vanuit een impulsief verlangen. Waarbij tenminste diepgaand, en over langere tijd, wordt onderzocht of er echt geen andere oplossingen zijn om de gevreesde toekomstige aftakeling toch leefbaar te houden voor de persoon in kwestie.

Voltooid leven

De discussies over aanpassing van de wetgeving worden meestal aangeduid als het vraagstuk van ‘voltooid leven’. Meestal gaat het dan over mensen op hoge leeftijd die in alle opzichten wilsbekwaam zijn. En die alleen wel willen voorkomen dat de laatste episode hun leven alsnog gaat eindigen in een lijdensweg. Het kan daarbij zowel gaan om gevreesd lijden als gevolg van lichamelijke ziekte of beperking, als om ernstig geestelijk lijden. Bijvoorbeeld wanneer sprake is van dementie, of cognitieve aftakeling. Het enige verschil met de huidige wetgeving is dat er nog geen sprake behoeft te zijn van ondraaglijk en uitzichtloos lijden in het Nu.

Voor god spelen?

Een jaar of tien geleden heb ik me eens uitgebreid verdiept in de aanhoudende discussies hierover die toen al periodiek gaande waren. Destijds kwam ik, zoals velen, tot de conclusie dat het verlenen van zelfbeschikkingsrecht aan mensen die willen sterven, een Weg kan openen die eigenlijk niemand op moet willen. Ik redeneerde dat in een tijdperk waarin de moderne mens over bijna alles controle kan uitoefenen, dit beter niet kan gelden voor de vraag wanneer dat aardse leven eindigt. “Laten we de verleiding weerstaan de mens voor god te laten spelen”, schreef ik destijds.

Ik overwoog daarbij dat nogal wat voorstanders van de voltooid-leven- wetgeving zelf een goed en zinvol leven hebben gehad, zonder dat er ooit sprake was van langdurig ernstig lichamelijk (of geestelijk) lijden. Afgezien natuurlijk van de normale pijn en moeite, en soms forse tegenslag die ieder mens op zijn of haar weg ondervindt. Maar dat viel niet onder de definitie van wat lijden aan het leven eigenlijk is. En dus, dacht ik toen, waarom zou je beslist de eerste serieuze lijdenservaring voor willen zijn, door een vrije keuze voor een zelfgekozen vroegtijdig levenseinde mogelijk te maken. Zelfs voor hen die oud en moe van dagen zijn.

Onbegaanbare weg

Tegelijkertijd realiseerde ik me dat deze gedachtengang even onmogelijk als onhoudbaar is. Want hoe stel je vast of iemand eerder in zijn leven te maken heeft gehad met ingrijpende lijdenservaringen? Waarbij het sowieso volstrekt onmogelijk is om voor dergelijke ervaringen een ‘objectieve’ maatstaf aan te leggen. Immers, ik heb mensen gekend die weliswaar ernstig hebben geleden aan chronische ziekten in hun laatste levensjaren, maar die niettemin toch elke nieuwe levensdag verwelkomden als een geschenk. Ondanks de intensiteit van hun lijden, en de uitzichtloosheid er van. Het is dus onmogelijk om in die zin voorwaarden of regels te ontwerpen. Elke poging daartoe is een onbegaanbare weg, omdat ook ernstig en langdurig lijden altijd subjectief is.

Daar komt nog bij dat juist in de lijdenservaring zelf zich voor de persoon soms onverwacht een horizon kan openen als het gaat om verdieping en zingeving, die eerder niet voor mogelijk was gehouden. Tot mijn eigen verrassing ben ik daar enkele keren persoonlijk getuige van geweest op een manier die me diep heeft geraakt. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk, dacht ik, dat deze mens ondanks al zijn lijden en de uitzichtloosheid er van zich nog kan verheugen op een nieuwe dag…?

Ontzag…

Het simpele antwoord daarop is dat niemand dat kan beantwoorden voor iemand anders… Alleen degene zelf kan soms het antwoord zichtbaar en tastbaar maken. Voor iedere buitenstaander past daar slechts een eerbiedig zwijgen. Vanuit ontzag voor de levenskracht die een mens individueel kan mobiliseren. Zelfs in de allermoeilijkste omstandigheden.

De gesprekken en discussies over euthanasie in geval van voltooid leven in Nederland, zijn al ca. 25 jaar gaande. En dat is niet voor niks, omdat geen ander onderwerp zoveel facetten heeft, die allemaal net zo legitiem zijn als de vragen die ze oproepen.

Onbarmhartig

Maar dankzij het lijdensvraagstuk van mijn lieve buurvrouw, realiseerde ik me in een flits dat het ontbreken van iedere vorm van keuzemogelijkheid in feite onbarmhartig is. In zekere zin zelfs ‘wrede’ trekken heeft. En dat het zoveel waardiger zou zijn die strikt individuele keuze tenminste mogelijk te maken. Natuurlijk, omgeven met tal van grondige waarborgen. Maar uiteindelijk, onder aan de streep, wel als een individuele keuze. Zodat zij na een waardig leven, tenminste ook waardig zou kunnen sterven. Vanuit een diep respect voor de integriteit en de heelheid van haar eigen lichaam…

Tenminste, als zij dat vanuit een oprecht en diep verlangen zelf verkiest.

Tekst: Herbert van Weerdenburg