Foto: Wim Obbema

Het is nog donker buiten. En het is gaan s n e e u w e n…! Vroeg in de ochtend is het, en de mensen in het gebouw waar ik woon slapen nog. De kalm neerdwarrelende sneeuw buiten versterkt de stilte van de na-nacht binnen. Want niets is stiller dan vallende sneeuw. Niets landt zachter op aarde dan een sneeuwvlok. Misschien wel omdat ze geen enkele haast heeft haar weg te zoeken tussen hemel en aarde, en haar landingsplekje zorgvuldig te kiezen. Het donker, de stilte en de gestaag vallende sneeuw, en dat een week voor Kerst. Het schept een verstilde, bijna mystieke sfeer op deze ongerepte zondagmorgen.

Ik neem uitgebreid de tijd om voor het raam te staan, en me bewust te verwonderen over de sneeuw die valt. Ja, bewuste verwondering. Kiezen voor innerlijke ruimte, zodat verwondering kan ontstaan. Gunstige voorwaarden scheppen. Bewust Stil staan. Niet zomaar aan dingen voorbij gaan, vanuit achteloosheid en vanzelfsprekendheid. Maar bewust willen zien zoals een kind kijkt. Dat van nature nog in contact is met zijn aangeboren vermogen zich te verbazen en verwonderen. Lang voordat het leerde (weg)beredeneren wat het allemaal ervaarde en voelde.

Onschuld…

Terwijl ik geniet van de sneeuw, komt een eerste associatie voorbij. Eentje die als een tweelingziel verbonden is met verwondering. Onschuld. Want sneeuw roept gevoelens op van onschuld. Alsof het een onverwacht geschenk is, waarmee alle sporen van dat wat donker en duister was, volledig worden uitgewist. Althans voor Nu.

Zoals ik in m’n schooltijd soms gespannen toeleefde naar het moment dat de leraar eindelijk zijn met krijt finaal volgeschreven schoolbord met een drijfnatte spons grondig schoon wistte. Van linksboven, naar rechts beneden. Systematisch, dus altijd op dezelfde manier. Waarna het bord eerst een poosje moest drogen, voordat het weer werd vol gekalkt. Wat een opluchting… Eindelijk weer een LEEG bord! Weg met al die ballast die er niet toe doet.

Uitgewist

Soortgelijke, nog sterkere verrukking voel ik, wanneer er sneeuw valt. Alsof een zachte witte spons vanuit de hemel alles uitwist, wat er van het ene op het andere moment niets meer toe doet. Omdat het voorbij is. Toegedekt en uitgewist. Of, zoals Bernard Huijbers dicht in zijn tekst, waarmee dit Huis van Verwondering werd geopend. “Na al wat alles elkaar zal hebben aangedaan, wat nooit meer ongedaan gemaakt kan worden. Iets zal het zijn van het geheel waardoor het ooit is voortgebracht, en dat het altijd zal blijven vormen. Ondanks alles toch nog altijd één.” Het is alsof de milde zachtheid van vallende s n e e u w ons er aan herinnert dat, als het er op aan komt, uiteindelijk niets voor altijd kapot kan. Alles wat in oorsprong Heel was, zal ooit weer eindigen als Heel.

Onschuld en verwondering zijn twee parels die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Samen vormen ze de meest kostbare en zuivere eigenschappen die een mens kan hebben. Aangezien een volwassen mens zijn vermogen om zich te verwonderen grotendeels heeft verloren, is het vooral in een jong kind dat we deze pure energie nog herkennen. En waar we ons als volwassene over kunnen verheugen. Het kind dat zich oprecht verbaast en verwondert over iets wat het nog nooit eerder heef gezien. Laat staan doordacht en begrepen. Zoals wanneer het voor het eerst in opperste verwondering sneeuw aanschouwt, die rustig naar beneden dwarrelt. Sneeuw, verse witte, vallende s n e e u w!

Dieren hebben dat ook. Een jong katje bijvoorbeeld. Dat naar harte lust aan het ravotten is in de tuin, en ineens geraakt worden door regendruppels. Of overloopt van verbazing wanneer een vogeltje vlak over hem heen scheert, onderweg naar haar lente-nestje. Vol verwondering is de jonge poes dat zoiets mogelijk is…

Heel…

Ons aangeboren voorrecht onszelf te verwonderen vanuit onze onschuld, kunnen we verleren. Liever gezegd: afleren. Hoe meer pijnlijke ervaringen we opdoen in ons leven, hoe dieper we teleurgesteld zijn geraakt over wat ons is overkomen, hoe minder ruimte overblijft voor oprechte verbazing en verwondering. Hoe anders is dat bij jonge kinderen en dieren. Bij hen is alles nog heel en in tact. Zij ademen en leven vanuit onschuld. Hun gave is nog niet aangetast door de eenzijdige nadruk op hun cognitieve ontwikkeling, die ze later ondergaan.

Kleine kinderen en dieren leven nog volledig vanuit hun gevoel. En dus volledig in het moment. Ze vallen samen met hun gevoel. En ze vertrouwen er op. Hun intuïtie vertelt hen feilloos wat goed is en wat kwaad, wat lief is en wat bedreigend. Veel volwassen mensen hebben daar een machine voor nodig, die ratio heet. En die onophoudelijk regeltjes en voorschriften produceert, om henzelf te beveiligen. Zodat ze nieuwe, pijnlijke ervaringen kunnen vermijden.Maar daarmee is ook hun vermogen om Open te kunnen ervaren, vanuit de energie van een open hart, verloren gegaan. Waar de ratio domineert, is voor verwondering geen plaats meer.

Verrassend

Toch zijn ook volwassen mensen, zelfs op latere leeftijd, verrassend genoeg nog steeds in staat zichzelf opnieuw te openen voor een staat van bewuste verwondering. En zich te herinneren dat er ooit een tijd was, lang geleden, dat ze dat vanzelfsprekend konden. Er geen enkele moeite voor hoefden doen.

Zoals iemand in onze inspiratiegroep voor mannen. Die zich ineens herinnerde hoe hij zich als jochie van 5 intens verwonderd had over het vallen van regendruppels in een plas op een zinken dak van het balkonnetje, van de bovenwoning waar hij opgroeide. Uitgenodigd door de vraag Waarover heb jij je verwonderd…? kwam hij glashelder in contact met het ultieme moment van verwondering, dat hem 70 jaar eerder was overkomen. De herinnering aan dat ene ongeblik in zijn jeugd was al die jaren onbewust met hem meegereisd. Wij luisterden aandachtig hoe hij zich die ervaring opnieuw bewust werd. Voelden mee hoe echt en oprecht dat destijds voor hem was geweest.

Verbinding…

Die avond, die bijeenkomst, werd een feest van verbinding. Contact van hart tot hart. Want verwondering gaat ook over kwetsbaarheid. En alleen via kwetsbaarheid wordt de poort naar wezenlijke verbinding tussen mensen geopend. Alleen in de bereidheid onszelf bewust bloot te geven, hoe spannend ook, schuilt het geheim ons werkelijk gehoord en gezien te weten. Dan is er maximaal contact mogelijk, volledige verbinding. Vanuit de energie van het hart. Omdat die zich onttrekt aan elke angst of conditionering, waarop ons krampachtig denken doorgaans berust.

Vallende sneeuwvlokken op een zondag in december. Het is een weldadige uitnodiging om ons opnieuw te verwonderen. Al hebben we het 100 keer eerder zien sneeuwen, diep van binnen zijn we nooit vergeten hoe het was. Die allereerste keer dat we sneeuw naar beneden zagen dwarrelen. Staand voor het raam. Getuige van iets wat ergens altijd wonderbaarlijk zal blijven. En ons onwillekeurig doet denken aan vrede en harmonie. Toegedekt, uitgewist. Zo was het toen, zo is het vandaag, en zo zal het altijd zijn.