Als jonge journalist werkte ik een jaar of tien voor twee dagbladen. Ik herinner me nog goed hoe ik de eerste dag in dienst van de krant nieuwsgierig rond liep op de redactie. Het was nog de tijd van het heerlijke geluid van ratelende typemachines. Zware Olivetti’s waren het, die je als je uitgetypt was, met 2 handen op hun rug zette. Zodat er op het bureau ruimte ontstond voor andere dingen. Zoals persberichten lezen, koffie drinken, bij praten met collega’s, en in een bijzonder geval zelfs even de benen er op leggen. Het was begin jaren ’80, dus toen kon dat nog in de slipstream van de wilde jaren ‘70….

Wat mij het meest fascineerde in die dagen was hoe het in hemelsnaam mogelijk was dat die krant elke dag precies vol kwam. Want nooit bleef er ergens witte ruimte over, die niet gevuld was met tekst, foto’s, advertenties, stripverhalen of puzzels. Alsof iemand vooraf een nauwkeurige wiskundige berekening had gemaakt om er voor te zorgen dat alle pagina’s, precies tot aan de rand toe vol raakten. En dus kon ik mijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen en stelde die bijna aandoenlijke vraag aan een oudere collega, die als eindredacteur onverstoorbaar zwoegde met de stapels kopijpapier die wij onbekommerd aanleverden.

Ontnuchterend…

Gerrits antwoord was even ontnuchterend als logisch. “Loop maar even mee naar het hok waar de telexapparatuur staat”, zei hij. Bij het horen en zien van drie ratelende telexen en de massieve stapels kettingpapier die zij onafgebroken afscheidden, raakte ik flink onder de indruk. Aangesloten op verschillende (internationale) persbureaus, braakten zij 24 uur per dag een onvoorstelbare hoeveelheid nieuws uit, vanuit binnen- en buitenland. Eén redacteur was fulltime bezig om de eindeloze stroom berichten en artikelen af te scheuren en te ordenen. Zodat daar later een keuze uit gemaakt kon worden. “Als het moet, kunnen we gemakkelijk 100 krantenpagina’s of meer vullen, maar we hebben vandaag maar 28 beschikbaar” zei Gerrit. “Waarvan maar 5 voor binnen- en buitenlands nieuws dat hier dus binnen stroomt.” De overige pagina’s werden gevuld met nieuws van uit de provincie en de redacties economie, sport, onderwijs, geestelijk leven, etc.

Na deze stevige ontgroening in de wereld van het nieuws, moest ik even bij komen. Helemaal van zijn antwoord op de vraag wat er dan gebeurde met al dat nieuws vanuit de hele wereld, waarvoor geen plek was in de krant van vandaag. “Dat gaat gewoon de prullenbak in”, had hij glimlachend gezegd. Als dat waar was, overwoog ik, betekende het dat verreweg het meeste nieuws de krant niet haalde. Slechts een fractie van het aanbod werd gebruikt om de 28 pagina’s te vullen. Wat een verspilling van tijd en energie, dacht ik vertwijfeld…

Waan van de dag

Als ik een ruwe schatting maak, vermoed ik dat een gemiddeld dagblad in Nederland gedurende de drie voorbije maanden tenminste 120 pagina’s heeft besteed aan alles wat direct of indirect te maken had met de pandemie. En dus rijst meteen de vraag wat er allemaal op die pagina’s gedrukt had gestaan, wanneer zich vanaf een dierenmarkt in China geen virus over de wereld had verspreid. Het antwoord is even simpel als verontrustend: “nieuws” wat er kennelijk niet toe doet. Tenzij er niets anders is te melden wat in de waan van de dag belangrijker gevonden wordt….

En zo wordt nog eens duidelijk, voor wie het nog niet wist, dat nieuws niet bestaat. Wat wel bestaat is een relatieve rangorde, die wordt aangebracht door journalisten en redacties. Zij beslissen wat wel en niet wordt verheven tot “nieuws”. Geen van hen heeft ooit een eed hoeven afleggen, waarmee hij zich verplicht alleen de waarheid en niets dan de waarheid te publiceren. Zoals bij andere cruciale beroepen waarbij waarheidsvinding centraal staat, meestal het geval is.

Nieuws-moe…

Afgelopen vijf jaar hebben in Nederland ca. 250 duizend mensen het abonnement op hun krant opgezegd, puur omdat zij de aanhoudende stroom van ellende waarmee “nieuws” synoniem geworden is, niet langer trekken. Voor die tijd beëindigden de meeste mensen hun abonnement alleen om financiële redenen. Opzeggingen om zichzelf te beschermen tegen die dagelijkse stroom negativiteit, waren zeldzaam. Kennelijk is NU voor velen een grens bereikt, omdat al die negativiteit niet meer verteerd kan worden.

Precies om die reden startte ik in 1987 een rubriekje bij de krant waar ik werkte als eindredacteur, om eindelijk ook dat andere nieuws dat elke dag binnen kwam, eens plek te geven. ‘Kort en Goed’ heette dat hoekje in de krant, waar alleen mooie, bemoedigende en positieve berichten werden gemeld. Zoals van een multi-miljonair, die driekwart van zijn vermogen had weg gegeven aan mensen die nauwelijks te eten hadden. Of een vrouw die met groot gevaar voor eigen leven een trein tot stoppen had gedwongen, om een paar broedende vogels tussen de rails, het leven te redden. Al snel werd dat rubriekje door anderen omgedoopt tot “mijn” Goed-Nieuws-Rubriek. Kort nadat ik de krant had verlaten, werd het opgeheven vanwege gebrek aan draagvlak onder journalisten.

Machteloosheid…

De selectie aan berichten en beelden die we dagelijks krijgen voorgeschoteld heeft als gemeenschappelijke noemer dat wordt gemeld wat verkeerd is, verontrustend of schokkend. Verreweg het meeste dat kranten en tv-rubrieken zoals het Journaal laten zien, brengt aldus negativiteit in ons teweeg. Daarbij gaat het om gevoelens als onbegrip, zorg, frustratie, en om emoties als verdriet, boosheid en angst. De impact daarvan is vele malen groter dan we denken, omdat we “gewend” raken aan die overdosis negativiteit. Plus aan de grote frustratie dat we volkomen machteloos staan daar zelf ook maar iets aan te doen. Dat wennen lukt alleen wanneer we onszelf beschermen, door een innerlijk scherm op te trekken. Waardoor we niet echt hoeven voelen wat in het emotionele centrum teweeg wordt gebracht aan zorg, onlust, pijn en vooral ook angsten.

Op langere termijn leidt dit tot een pessimistische en cynische kijk op de wereld om ons heen. Waarin helemaal niets lijkt te deugen, en niemand nog te vertrouwen. De prijs die mensen daarvoor betalen is dat de energie van hun Hart ongemerkt raakt afgeknepen. Met als gevolg verlies aan vertrouwen, slapeloosheid, levenslust, en een sombere, cynische kijk op het leven. In sommige gevallen kan het zelfs leiden tot depressie of erger, speciaal ook bij jonge, opgroeiende mensen.

Psychisch dieet

Bij alle aandacht die er is voor een gezondere leefstijl, is het goed te bedenken dat innerlijke gemoedsrust en innerlijke vrede alleen kan bestaan mits de energie van ons Hart vrijelijk kan stromen. Zoals steeds meer mensen letten op hun lichamelijke voeding, zo belangrijk is het minstens om eens wat beter te letten op waarmee we eigenlijk onze Geest elke dag  voeden. Het is opmerkelijk dat sinds ikzelf begon aan een nogal streng psychisch dieet bij het innemen van “nieuws”, ik me stukken beter voel. Juist nu het normale leven weer z’n loop begint te nemen, misschien goed om toch eens mee te experimenteren.

Want de wereld draait rustig door. Ook wanneer we onze geest wat minder vergiftigen met alle ellende die we dagelijks krijgen opgediend. In plaats daarvan bewust kiezen voor geestelijke voeding die ons bewustzijn verruimt, heeft een merkbaar en onmiddellijk effect. Probeer het maar eens een week en ervaar het verschil…!

Tekst: Herbert van Weerdenburg