Een van de beste dingen die een mens kan hebben is vertrouwen. In een wereld waarin zoveel onzeker is, en waarin van alles ineens kan veranderen, is het een zegen om terug te kunnen vallen op vertrouwen. Niet alleen wanneer het goed gaat, maar juist wanneer het leven tegen zit, is een basaal vertrouwen een krachtbron van jewelste.

Vertrouwen ligt net wat dichter bij de aarde dan geloven. Geloven dat alles goed komt, of dat alles wat gebeurt een reden heeft, ook al kennen we die niet, is vertrouwen in de overtreffende trap. “Ik geloof eerlijk gezegd dat, ondanks al haar fratsen, zij in wezen toch een goed mens is.” Precies hierin ligt de kracht van geloven, dat zich volledig onttrekt aan de ratio. Want de ratio wil beredeneren. Wil altijd argumenten, zodat ze kan begrijpen waarom iemand toch een goed mens zou zijn, ondanks alles. Terwijl dat niet meer nodig is voor iemand die heeft geleerd te vertrouwen op zijn intuïtie. Omdat die niet langer gebaseerd is op logisch nadenken, maar juist op voelen.

Makelaar

Het is opvallend hoe in veel sectoren waarin rationele afwegingen centraal staan, juist gevoel zo’n grote rol speelt. Wie bijvoorbeeld een makelaar in de arm neemt om zijn huis te verkopen, krijgt daarmee te maken. “Tachtig procent van alles wat er speelt in het contact tussen u als verkoper en ons als makelaardij, bestaat uit emotie.” Aldus een senior makelaar met een grote reputatie in de duurdere woningmarkt, op zijn website.

Wat hij eigenlijk bedoelt te zeggen is natuurlijk dat juist in dit soort situaties alles draait om vertrouwen. En ja, vertrouwen gaat over gevoel en dus soms ook over emotie. Zelfs wanneer alles draait om een zakelijke transactie.

Argumenten

Precies hetzelfde doet zich voor bij aanschaf van een gebruikte auto. Al staat het merk en type ons aan, de verkoper kan zich de blaren op zijn tong praten in het opsommen van argumenten waarom dit de beste koop is. Maar als er een onbestemd gevoel is dat deze auto het toch net niet is, al kan het niet beredeneerd worden, dan gaat de koop niet door…

Ook leidinggevenden en personeelsmanagers kennen dit fenomeen. Op papier kan alles kloppen en kan de perfecte kandidaat voor hen zitten. Helemaal niets op aan te merken, en in alle opzichten perfect geschikt voor de functie. En toch kan er iets zijn waardoor deze man of vrouw het niet gaat worden. Puur een gevoelskwestie, hoorde ik van een vriend, die in dat werk zit. En die zich er graag op beroept dat hij zo helder kan analyseren en nadenken.

Analyseren…

Vroeger vertrouwde ook ik eenzijdig sterk op de kracht van mijn denkvermogen. Als geen ander kon ik het hoe en waarom analyseren van een probleem. Zoals ik ook sterk was in het uitdenken van een bijbehorende oplossing. Bij voorkeur voor iemand anders, want zo gaat dat nu eenmaal met dit soort talenten. Ik kon zo goed nadenken, dat ik er pijn in mijn linker hersenhelft van kreeg… Dus ofschoon een complex probleem adequaat was opgelost, kreeg ik er zelf eentje bij.

Gaandeweg mijn werk met mensen, leerde ik steeds meer te vertrouwen op mijn voelend vermogen. En ontdekte ik dat ik juist langs de weg van m´n intuïtie, veel sneller door drong tot de kern van een vraagstuk, dan via mijn denken ooit mogelijk was. Niet alleen voorkwam ik zo vermoeidheid en hoofdpijn, het werkte ook een stuk plezieriger. De ander weet zich nu eenmaal meer gehoord en gezien wanneer die merkt dat ik niet alleen mee denk, maar vooral ook mee voel.

Rechter hersenhelft

Als het gaat over intuïtie, bestaan er veel misverstanden en vooroordelen. Veel mensen hebben het idee dat intuïtie griezelig is, omdat het niet meetbaar en controleerbaar is. Zoals de logica van argumenten wel is, denken ze. Maar niets is minder waar. Wanneer keer op keer blijkt dat intuïtie niet alleen veel vlotter maar ook doeltreffender werkt dan krampachtig nadenken, moet dat toch te denken geven. Bovendien is het zo dat informatie die via de hypergevoelige antenne van onze inuïtie binnen komt, altijd nog wordt verwerkt door het denken. Wel bij voorkeur via de rechter hersenhelft, omdat die veel gemakkelijker creatieve verbanden legt dan die oude, vertrouwde, linker helft.

Misschien kunnen we onze linker hersenhelft vergelijken met een ouderwetse computer. Zo´n grote machine, die ooit gebruikt werd door bedrijven en rekencentra. Groot, krachtig, maar traag, waren ze. In staat tot moeilijk rekenwerk, maar alleen op basis van gegevens die werden ingevoerd. Ontbrak er een detail in de aanlevering van gegevens, dan stond zelfs de krachtigste computer in die dagen machteloos. Vandaar dat schaakcomputers zo extreem veel tijd nodig hadden, wanneer ze de briljante Kasparov als tegenspeler kregen.

Mysterie

Hoe onze intuïtie feilloos samenwerkt met onze rechter hersenhelft, zal wel altijd een mysterie blijven. Maar vast staat dat zo ideeën, opties en mogelijke verbanden zoveel makkelijker herkend worden dan ooit mogelijk zal zijn op basis van logica. ´Primitieve´ volkeren wisten dat al, en ook onze opa’s en oma’s van twee generaties geleden namen vooral besluiten op basis van hun intuïtie. Zij hadden geen computer nodig en al evenmin een cursus logisch redeneren. Alleen wij, in onze ver doorgeschoten verheerlijking van de afgod die ratio heet, houden krampachtig vast aan die oude computer. Die nooit met een verrassend inzicht komt.

Sterke voorbeelden daarvan zijn te vinden in de wereld van de topsport. Zoals Johan Cruijff, verreweg de beste voetballer die we ooit hebben gehad. Als hij voor een tv-camera probeerde uit te leggen waarom hij in het veld bepaalde beslissingen had genomen, lukte dat zelden. Omdat wat Johan “logisch” noemde, voor niemand te begrijpen was. Pas achteraf snapte ik waarom die interviews zoveel hilariteit los maakten onder kijkers. De genialiteit van Cruijff was namelijk dat hij alles op gevoel en intuïtie deed. En dat hij daarmee alle wetten van de logica te kijk zette. Veel door hem gedolde verdedigers, zullen dat beschaamd bevestigen. Dacht je dat hij links om ging, dan ging hij rechts om. Of precies andersom, maar vast stond dat hij je altijd te snel af was.

Nerveus

Ooit interviewde ik een bijzondere schoolleider. Eén van de pioniers op het gebied van Jena-onderwijs in noord-Nederland. Nooit heb ik zoveel lof, bewondering en waardering gehoord, als over het functioneren van deze directeur. En aangezien ikzelf een paar jaar als leerling aan zijn lippen had gehangen, kan ik bevestigen dat hij van uitzonderlijk gehalte was. Inspirerend, gedreven en voortvarend, maar ook invoelend, zachtmoedig en bemoedigend als dat nodig was. Wat mij in hoge mate verbaasde, is dat deze zeldzame alleskunner vertelde dat hij het vaak zo moeilijk had gehad met leerkrachten en collega schoolleiders. Omdat ik destijd nog van alles het waarom wilde weten, vroeg ik hem hoe dat kon. “Dat zal ik je vertellen, jongen”, zei hij. “Dat kwam omdat ik praktisch alles op intuïtie deed…! En dat maakte mensen erg nerveus.”

Zoals de puffende verdedigers die Johan Cruiff moesten schaduwen op het veld, al op waren van de zenuwen, voordat de wedstrijd berhaupt begonnen was. Niet omdat hij logisch redeneerde. Wel omdat zijn intuïtie feilloos werkte, en hem nooit in de steek liet.

Herbert