Terwijl de Kerstbomen nog maar net naar zolder zijn, is februari alweer aangebroken. De intercity van het nieuwe jaar ligt inmiddels op volle snelheid en iedereen zit weer in zijn vertrouwde, dagelijkse routines. Ritme en regelmaat, op één of andere manier gedijt de mens er goed bij. Niet voor niks zijn het door de eeuwen heen vooral boeren en kloosterlingen geweest die vaak uitzonderlijk oud werden. Niet omdat ze een gemakkelijk leven hebben gehad. Maar wel omdat voor alles in hun leven een ordelijke tijd en plaats bestond. Niets binnen de dagorde van een klooster of abdij duurt te lang, maar ook niets te kort. Voor alles juist voldoende tijd. Zelfs voor rust en slaap. Alles op z’n tijd.

Kennelijk komt het leven in vaste ritmes de innerlijke rust van een mens ten goede, en daarmee ook zijn geestelijk en lichamelijk welzijn. Hoe haaks staat die wijsheid niet op het zo oppervlakkige tijdperk waarin we leven. En waarin alles snel, vlug en gehaast even tussen door moet gebeuren. Omdat er zoveel kan in deze eeuw van de onbegrensde mogelijkheden, willen we ook zoveel. Al was het alleen maar omdat reclame en media ons alsmaar opleggen dat alles wat kan, ook absoluut moet gebeuren. Zo worden we voortdurend verleid en opgejut om vooral het maximale uit het leven te halen.

Genieten

Nog afgezien van de vraag of al dat gejaag en gevlieg leidt tot werkelijk geluk, vereist het een voortdurend wikken en wegen. Een alsmaar schipperen met onze tijd om zoveel mogelijk dingen in een beperkte tijd te persen. Alleen al daarom zijn zo veel mensen in deze tijd humeurig. Want ofwel het tempo waarin ze hun dagen leven ligt te hoog, ofwel de dingen die hen worden voorgespiegeld als zalig makend, blijven telkens net buiten bereik. Wat de buurvrouw wel lukt om allemaal in één dag te proppen, lukt ons natuurlijk nooit. En zelfs wanneer we met de turbo er op onszelf voorbij snellen om af te werken wat op ons lijstje staat, blijft een gevoel van voldoening uit. Met de tong op de schoenen is het nu eenmaal lastig genieten.

Het was midden jaren ’80 dat ik voor het eerst in mijn leven attent werd gemaakt op het fenomeen genieten. Als jongvolwassene had ik nooit eerder stil gestaan bij de werkelijke betekenis van dit begrip. Misschien kwam dat omdat ik op de redactie van een krant werkte, waar vliegen, draven en vluchtigheid normaal was. Gelukkig wist ik me daar regelmatig aan te onttrekken, en bewust tijd te maken voor goede gesprekken over het leven. Speciaal met Albert, een oudere collega die net als ik enige tijd theologie gestudeerd had. Misschien was het ons gedeeld besef dat er behalve de horizontale dimensie in het leven ook nog een verticale bestaat, waardoor wij een vanzelfsprekende verbinding voelden met elkaar. Eentje die gaandeweg kenmerken kreeg van vriendschap.

Waan van de dag

Allebei konden we ons enorm verheugen op het dagelijks terugkerende moment waarop de deadline verstreken was. Tot die tijd werkten we ons zonder morren het laplazarus, maar exact vanaf dat tijdstip in de ochtend ging de knop om. En lieten we het nieuws voor wat het was. Want morgen was er immers weer een krant. Alleen al dat gedeelde besef bevrijdde ons van de waan van de dag, waaronder een redactie permanent gebukt gaat. Terwijl andere collega’s gewoon door stoomden in hun hoogste versnelling, legden wij vooral symbolisch de voeten op het bureau. Om duidelijk te maken dat wij serieus pauzeerden.

Het was tijdens een van die sessies dat Albert me deelgenoot maakte van zijn grote liefde voor boeken en zijn bootje. Een simpel stalen schouwtje, voorzien van een kleine motor, waarmee hij op zonnige vrije dagen onbekommerd toertochtjes maakte over de Friese wateren. Bij voorkeur alleen en in zijn eigen tempo. Hoe hij daarover vertelde en de beelden die het bij me opriep, maakten grote indruk. Vooral dat ene woord dat telkens opnieuw voorbij kwam: genieten. Eindeloos genieten van de rust en ruimte in de natuur. Geïnspireerd door zijn genieten, was het dat ik jaren later alsnog zelf in een bootje stapte. Om te ervaren hoe sterk de kalmerende invloed van water wel niet kan zijn. En hoe gemakkelijk een mens dan toe komt aan genieten.

Boek

Op even aanstekelijke manier, sprak Albert over zijn voorliefde voor boeken. En dan vooral hoe hij zich er een hele dag op kon verheugen om zichzelf na het avondeten te installeren op zijn bank, met alles onder handbereik. Om een avond lang heerlijk te gaan genieten van een boek. Met andere woorden, hij ging niet lezen. Hij ging genieten. Ergens in die jaren, is bij mij ontvankelijkheid gewekt voor genieten. Al ontbrak me destijds nog vaak de innerlijke rust om er werkelijk aan toe te komen. Maar omdat wij elkaar moeiteloos aanvoelden, sloeg ik feilloos op wat hij bedoelde.

Natuurlijk zijn er vele manieren om toe te komen aan genieten. Maar het ware, werkelijke genieten blijft iets wat kostbaar is. Zoals die ene keer dat ik een stiltewandeling organiseerde voor een groep jongeren, die samen in een koor zongen. En die al maanden zo ingespannen druk waren met de voorbereiding van hun jubileumconcert, dat ik het tijd vond hen iets aan te bieden wat ging over Ontspanning. Dat werd een inspiratiedag, te beginnen met een stiltewandeling langs het water door de prachtige natuur van Westerwolde. Wonderwijl klopte alles op die ongerepte zondagmorgen. De zon stond hoog aan een strak blauwe lucht, er was geen zuchtje wind, en de voorjaarsgeuren vulden de atmosfeer.

In Stilte…

In de bus naar het vertrekpunt van onze meditatieve wandeling, legde ik uit dat het echt de bedoeling was om gezamenlijk in stilte te lopen. Voor jongeren in de leeftijd van 14 tot 28 jaar, een uitdaging van jewelste. Ik denk dat sommigen van hen zelfs nog nooit zonder mobieltje naar de w.c. waren gegaan… En nu zouden ze er vrijwillig afstand van doen, tenminste voor de duur van deze wandeling. Tot mijn verbazing leidde het voorstel tot wat zenuwachtige maar toch algemene instemming. En dus legde even later iedereen z’n geliefde talisman in een grote schaal, die achter bleef in de de bus. Om te voorkomen dat men in de verleiding kwam om toch op elkaar te reageren, stelde ik voor om deze ene keer niet naast maar juist achter elkaar te gaan lopen. Eenmaal uitgestapt aan het water, spraken we af vanaf dat moment stil te zijn. Zodat iedereen de tijd en ruimte kreeg om te wennen aan wat dat eigenlijk is… Stil zijn.

Innerlijke ruimte

Even later vertrok de eerste van ruim 25 jongeren. Op een afstand van een meter of tien gevolgd door de tweede, en zo ging dat door. Zelf vertrok ik als laatste. Voor mij, zag ik onder de meest ideale omstandigheden die de natuur in huis heeft, een lange rij pubers en jongvolwassenen voor het eerst in hun leven lopen in volstrekte stilte. Eerst nog wat onwennig, maar al na een minuut of tien zag ik dat hun acceptatieknop om ging. De cadans van het meditatieve lopen langs het water onder de lentezon werkte weldadig. Alleen het gezang van vogels, dat stilte nog nadrukkelijker maakt. Eindelijk rust in al die jonge hoofden, die eventjes niet meer hoefden reageren op de eindeloze prikkels die kijken, praten en luisteren teweeg brengen. Eindelijk de innerlijke ruimte om te ontdekken wat genieten eigenlijk is.

Het is een moment uit de tijd dat in mijn geheugen zit als een groot geschenk. Zowel voor hen, als voor mij. Nooit eerder zag ik een groep jonge mensen in zo’n vanzelfsprekende  harmonie vrede hebben met Stilte. En zelden heb ikzelf meer genoten als dat uur langs het water, waarin alles maar dan ook alles volledig op z’n plek viel.

Misschien, bedacht ik later, is dat ook een reden waarom het zoveel mensen niet meer lukt toe te komen aan werkelijk genieten. Het is nooit meer Stil…

Herbert