Bijna ieder mens heeft wel iets wat hem of haar buitengewoon interesseert. Soms is dat tijdelijk en gaat zoiets weer voorbij. Maar het kan ook uitgroeien tot een grondmotief. Een fascinatie, die een leven lang mee gaat. Meestal als rode draad, die terug gaat tot ver in onze jeugd. Voor mij is dat het zoeken naar Echtheid. Al ver voordat ik op zoek ging naar antwoorden op vragen over mezelf en het leven, was ik intens geboeid door het verschil tussen echtheid en onechtheid.

Nog altijd is die focus de bril waarmee ik naar mijn omgeving en de wereld kijk. Dus naar mensen. Wat is puur, wat is echt…? Wat is essentie…, en wat is franje, dus buitenkant… De schone schijn, de maskers waarachter we geleerd hebben ons te verschuilen, het acteren en de krampachtigheid waarachter onze angsten schuil gaan. Kortom, alle bescherming waarmee we ons omgeven en ons ware Zelf verbergen. Liever gezegd: alles wat is aangeleerd op basis van opvoeding, conditionering, en het kopiëren van gedrag van anderen.

Al die ‘vaardigheden’ zijn samen te vatten als de werking van ons ego. De regisseur in ons, die er voortdurend op uit is een beeld van onszelf te construeren. Waarmee we de buitenwereld op het eerste gezicht ‘veilig’ tegemoet kunnen treden, omdat het ons schijnbaar sterker maakt dan we ons diep van binnen eigenlijk voelen.

Kunstmatige sluiers

Onechtheid, in al z’n nuances en schakeringen, heeft me van jongs af aan tegen gestaan. In elke fase van m’n leven was ik op zoek naar wat er werkelijk toe deed, naar wat mensen ten diepste beweegt en bezielt. En nooit vond ik dat aan de buitenkant. Nooit in de kunstmatige sluiers en schillen waarmee mensen zich omhullen en hun ware Zelf onzichtbaar houden.

Gaandeweg ontdekte ik dat zonder echtheid geen wezenlijk contact mogelijk is. Waar geen bereidheid of vermogen is het schild van het ego te laten zakken, is het onmogelijk om die ander werkelijk te leren kennen. En verbinding te maken met zijn of haar wezen. Hooguit is er dan een oppervlakkige uitwisseling mogelijk. Eentje die soms best onderhoudend kan zijn. Maar nooit in de buurt komt van wezenlijke verbinding, van hart tot hart.

We leven in een wereld waarin het cultiveren van een onecht beeld van onszelf, een vals zelfbeeld, volkomen normaal is geworden. Onechtheid is vanzelfsprekend en dikwijls de maat der dingen. Veel mensen beseffen niet eens dat ze hun diepste, wezenlijke Zelf, eigenlijk nooit aan een ander laten zien. Zelfs niet aan hun geliefde, hun partner, hun moeder, vader, broer of zus. Het enige wat de omgeving wel te zien krijgt, is slechts een opgemaakte en en met zorg geboetseerde versie van het zelf. Een schijn-identiteit, die naarmate de tijd verstrijkt zo vertrouwd kan aanvoelen, dat we zelf oprecht zijn gaan geloven dat DIT werkelijk is wie we zijn.

Illusie…

Zo staan we op, en zo gaan we weer naar bed. Dag in dag uit leven we met een illusie over wie we eigenlijk zijn. Sociale media spelen daar behendig op in. Daar worden we verleid en aangespoord een gedroomd beeld van onszelf te presenteren. Een beeld dat indruk moet maken op de buitenwereld.

Als ouders niet weten wie zij zelf werkelijk zijn, en aldus leven met een onecht zelfbeeld, zullen hun kinderen die onechtheid als realiteit gaan zien. Dat leidt tot grote innerlijke verwarring bij een kind, waardoor het aanzienlijke schade kan oplopen in zijn psychische ontwikkeling tot jong-volwassene. Tegelijkertijd zijn het juist vaak kinderen die hun ouders pijnlijk kunnen confronteren met al hun maskers en onecht gedrag.

Heropvoeding…

Zeker jonge kinderen zijn feilloos in staat aan te voelen wat echt is en wat niet. Het is niet voor niks dat volwassenen zo vertederd kunnen kijken naar een kind, dat nog volkomen samenvalt met wie het ten diepste, werkelijk is. Namelijk… volledig zich Zelf. Zo leveren kinderen een belangrijke bijdrage in de heropvoeding van hun ouders. Het kind laat van nature zien wat echt en puur is, omdat het nog zichzelf is. Wannneer ouders dat waarderen en bevestigen als authentiek en waardevol, helpen ze daarmee een evenwichtige ontwikkeling van hun kind bevorderen.

De belangrijkste reden waarom mensen geleerd hebben hun ware Zelf alsmaar te verbergen, zijn pijnlijke ervaringen. Meestal opgedaan in hun vroege jeugd, maar zeker ook daarna. Zo kan een kind op de achterbank van een auto, dat rustig om zich heen kijkt en heftig schrikt van een dood dier op het wegdek, diepe schaamte ontwikkelen als het wordt bekritiseerd in het uiten van zijn emotionele pijn. Zoiets gebeurt op het moment dat de emotionele reactie van het kind ouders confronteert met hun eigen onvermogen direct in contact te zijn met hun gevoelens en emoties. Als gevolg daarvan kunnen ouders het kind terecht wijzen. Of erger nog, belachelijk maken…

Zelfontkenning

Het kind zal deze ‘correctie’ ervaren als een afwijzing van zichzelf. En opslaan dat zichzelf oprecht laten zien in z’n kwetsbaarheid, wordt afgekeurd. Gebeuren dit soort dingen vaker, dan leert het kind zijn natuurlijke gedrag vervangen door een onnatuurlijke reactie. Omdat die wel geaccepteerd wordt. De kiem voor onecht gedrag is daarmee gelegd, en zal zich verder ontwikkelen tot een onecht zelfbeeld. Vroeg of laat loopt het daarmee vast, omdat leven vanuit onechtheid leidt tot zelfontkenning, beklemming, angsten, en verkramping. En dat zijn ideale bouwstenen voor een neurotisch of negatief zelfbeeld.

Eén van de voorrechten om te mogen werken in de zorg of als begeleider van mensen die zijn vast gelopen, is de kans op wezenlijke verbinding met het ware zelf van de ander. Wat doorgaans pas mogelijk wordt zodra de last van de pijn ondraaglijk is geworden. Dus op momenten in een mensenleven waarop alles wat onecht was ineens weg valt. En kwetsbaarheid er weer gewoon mag zijn. Het is juist de ontroerende schoonheid van hun Echtheid, die maakt dat dit werk met mensen zozeer de moeite waard is.

Nieuw begin

Dat geldt zeker ook in de zorg en de verpleging. Heel in het bijzonder voor hen die werken met mensen die ongeneeslijk ziek zijn, en gaan sterven. Zoals in een ziekenhuis, of een hospice. Binnen de intensiteit van het grensgebied van leven en dood, de laatste fase van het aardse leven, valt alles wat te maken heeft met onechtheid, meestal finaal weg. Daar waar het leven wordt afgerond in het perspectief van het einde, is er ineens ruimte voor nieuw begin. Voor al datgene wat er al die jaren niet mocht zijn. Voor precies de grootste schat die ieder mens in zich mee draagt, een leven lang. Voor kwetsbaarheid… Of ‘wondbaarheid’, zoals franciscaan Theo Zweerman het eens zo treffend uitdrukte. Omdat in die pure zijns-toestand alles er eindelijk weer mag zijn. En ook kan zijn. Alles wat er altijd is geweest…, maar wat een leven lang schuil ging achter het schild van een Onecht Zelf.

Juist in die kwetsbaarheid, ligt tevens onze grootste en diepste kracht verscholen. Want dankzij die ‘naaktheid’ hebben we helemaal niets meer te verliezen… En hoeft er dus ook niets meer te worden bewaakt en beveiligd. Wat een energie komt daardoor vrij…! Pas dan worden we weer, zoals we oorspronkelijk waren bedoeld bij onze geboorte. Volledig onsZelf. Volledig Mens.

Herbert van Weerdenburg