Meer dan ooit staan deze Pinksterdagen in het teken van herwonnen vrijheid. Na maanden van collectieve beperkingen, voelt het alsof de zware ballast van opgelegde regels en richtlijnen, nu voorzichtig van ons af begint te glijden. En dus ontstaat er weer ruimte. Ruimte om van het dagelijks leven te genieten, zoals we vanzelfsprekend gewend waren. Maar dan wel net even anders. Want de essentie van vrijheid krijgt pas werkelijk betekenis, wanneer die een periode niet meer vanzelfsprekend was. Zoals veel mensen die moeten leven met lichamelijke of pychische beperkingen, uit eigen ervaring weten.

Juist daarom is wat vrijheid eigenlijk is, een thema dat mij altijd blijft boeien. Het is belangrijk daarbij te beseffen dat vrijheid een aantal lagen kent. Zoals het grondrecht om te mogen zeggen wat we denken, mits we anderen daarmee niet nodeloos kwetsen. Maar ook de vrijheid om te beslissen waar we willen gaan of staan. Het is een groot menselijk voorrecht om te kunnen bedenken waar we vanmiddag het liefst willen zijn, en ons daar heen te verplaatsen.

Innerlijke vrijheid

Maar er is een diepere laag van vrijheid, die mij persoonlijk verreweg het meest fascineert, al een leven lang. En dat is onze innerlijke vrijheid. Het kan lang duren, soms een heel mensenleven, voordat we er in slagen alles wat gevangen houdt in oude conditioneringen en verinnerlijkte ‘regels’ door te werken en echt af te leggen. Zodat er eindelijk ruimte ontstaat om te mogen wezen zoals we ten diepste bedoeld zijn. Wanneer dat lukt, kan de vreugde over die herwonnen innerlijke vrijheid ongekend zijn.

Altijd blijft de vraag waarom de ene mens hierin wel (deels) slaagt, en de ander niet. Opvallend is daarbij dat er meestal tegenslag, forse beperking en soms zelfs lijdenservaringen nodig zijn, om uiteindelijk die grote vreugde te leren kennen. We kunnen nog zoveel boeken lezen of cursussen volgen die ons helpen om alles wat ons bedrukt of hindert, op te ruimen. En het (zelf)inzicht wat hiermee gewonnen wordt, kan soms indrukwekkend zijn. Maar een werkelijke doorbraak richting het heroveren van onze innerlijke vrijheid, komt meestal pas na intense ervaringen van verlies, serieuze beperking, of menselijk lijden.

Pantser

Een verklaring waarom dat kennelijk “nodig” is, is dat het menselijk ego (het Ik) er nu eenmaal op gericht is kost wat kost te behouden wat het kent. Zelfs wanneer ons dat gevangen houdt en on-vrij. Al van kinds af aan bouwen we zo een soort ‘pantser’ op, dat als belangrijkste functie heeft bepaalde mentale en emotionele pijn, niet meer te hoeven voelen. Althans niet van het soort dat we eerder hebben leren kennen. Onbewust worden vervolgens allerlei overlevingsstrategieën ingezet om het Ik te beschermen tegen nieuwe, pijnlijke ervaringen. Een sprekend voorbeeld hiervan is de grote moeite die het mensen kost zich opnieuw te verbinden in de liefde, nadat één of meer eerdere relaties zijn geëeindigd in verdriet en pijn. Bindingsangst en verlatingsangst zijn dan de demonen waardoor sommigen een leven lang gehinderd worden zich opnieuw met iemand te verbinden in de liefde.

Irene

Vanmorgen zag ik in een aflevering van het tv-programma De Verwondering, een vraaggesprek met prinses Irene. Die alweer 25 jaar geleden opzien baarde met haar boek Dialoog met de natuur’. Een groot deel van haar leven heeft ze zich ingezet om de illusie dat wij mensen afgescheiden zouden zijn van de natuur, te helpen doorbreken. Een illusie die grote gevolgen heeft gehad voor de manier waarop we zijn omgegaan met alles wat leeft en groeit en bloeit, aan flora en fauna. Er was destijds grote moed voor nodig haar boek te publiceren, in 1995. Want half Nederland probeerde haar oproep tot heling van het Eenheidsbewustzijn, belachelijk te maken. Een prinses die wel eens knuffelde met bomen… Het riep onbegrip en afkeuring op bij mensen. Gelukkig waren er ook velen, die haar heel goed begrepen. Met alle urgente aandacht voor natuur en milieu in deze tijd, is er gelukkig veel veranderd.

Irene stelde in dankbaarheid vast dat ze haar diepe angst om bekritiseerd te worden op haar ideeën en levensovertuiging, in de loop der jaren heeft overwonnen. Waardoor ze zich nu eindelijk VRIJ voelt haar levenswerk in alle openheid te kunnen doen. Wat heerlijk voor haar, dacht ik. Eindelijk kan ze, nu ze tachtig is, VRIJ zijn van alle beperkingen die haar vroeger hinderden om eindelijk te kunnen Zijn wie ze werkelijk is. En wat een fantastisch stimulans is ze daarmee voor al diegenen die op dezelfde weg zijn naar Vrij-wording.

Herman Andriessen

Ineens herinnerde ik me een vraaggesprek, dat ik jaren geleden had met Herman Andriessen. Theoloog, psycholoog, psychotherapeut, universitair docent, en daarnaast geestelijk begeleider van talloze mensen die werkzaam wilden zijn in het pastoraat. Zijn hele leven stond ik het teken van begeleiding van mensen in het vinden van hun innerlijke vrijheid, door zichzelf te bevrijden van hun mentale en emotionele ballast. Gaandeweg worden wie je bent en mag zijn, jezelf bevrijden van wat je daarbij onderweg belemmert, op weg naar het mysterie dat het leven draagt. En dat zich uitspreekt in je ervaringen van angst en verlangen. Dat was in essentie wat Andriessen steeds voor ogen had in zijn belangrijke werk met mensen.

Verlangen

Aan het einde van een gesprek dat uren duurde, vroeg ik hem welk verlangen hemzelf eigenlijk gedurende zijn leven het meest had vergezeld. Die vraag kreeg extra betekenis omdat hij bekend stond om zijn grote passie voor het lopen van pelgrimages en bedevaartstochten, bij voorbeeld naar Santiago de Compostella. Waarvan de kern toch altijd is dat mensen bewust uit hun comfortzone stappen, en op weg gaan om hun ware Zelf eindelijk te vinden. Zijn antwoord is me altijd bij gebleven, vermoedelijk omdat het raakt aan wat mij zelf ten diepste drijft en gaande houdt.

Nadat hij de vraag enige tijd op zich had laten inwerken, antwoordde hij: “Daar kan ik kort over zijn. Wat mij ten diepste drijft is het verlangen naar aan komen…!”

Tekst: Herbert van Weerdenburg