Het nieuwe jaar was goed en wel twee maanden onderweg, toen alles anders werd. Plotseling viel vrijheid in doen en laten, die altijd zo vanzelfsprekend was geweest, grotendeels weg. En onstond een confrontatie met collectieve beperkingen, die z’n weerga niet kende. Althans voor het overgrote deel van de bevolking, dat de oorlog niet bewust had mee gemaakt. Ineens was er een nieuwe, schrille realiteit, die veel teweeg bracht. Ook voor al diegenen die niet direct geraakt werden in hun eigen gezondheid.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is DSC_2113-1024x174.jpg
Foto: Wim Obbema

Voor verreweg de meesten was het een eerste kennismaking met beperkingen aan de vrijheid. Van een ogenschijnlijk leven zonder grenzen in persoonlijke vrijheid, naar een leven met beperkingen. Van zorgeloosheid naar acceptatie van wat niet meer kon. Of alleen nog met forse restricties. Het was opmerkelijk hoe gemakkelijk mensen zich schikten in die nieuwe werkelijkheid. Ook in zelf opgelegde beperkingen, die vaak aanzienlijk verder gingen dan de overheid voorstelde.

Schikken

Hoe dat kon, heeft alles te maken met hoe de mens zich verhoudt tot z’n emotie angst. Is de angst maar sterk genoeg, dan is vrijwel iedereen bereid daar onmiddellijk offers voor te brengen. De diep-menselijke vrees om ernstig ziek te kunnen worden of zelfs te sterven, bleek indringend genoeg voor velen om zich te schikken naar preventieve richtlijnen. Aldus namen de gezondheidsrisico’s in hoog tempo af. En daarmee ook de intensiteit van de angst.

Het menselijk brein is in staat om zelfs iets wat tot voor kort werd ervaren als een acute bedreiging, vlot te relativeren. Aldus geschiedde in Nederland en veel landen in Europa. De beklemming van beperkingen begon voor velen al snel zwaarder te wegen dan de veiligheid van (zelfopgelegde) maatregelen. Bijvoorbeeld om voldoende afstand te houden van elkaar. Anderen uitten hun verontrusting over de collectieve maatregelen en beperkingen in onvrede en frustratie. Vormden actiegroepen en demonstreerden tegen de beperking van hun vrijheid. Weer anderen zagen hun kans schoon en kaapten dit vraagstuk om het groepsgewijs in te kunnen zetten als wapen. Zodat ze hun eigen chronische onvrede via boosheid en agressie konden afreageren op anderen.

Bij het oude?

Maar de belangrijkste vraag is toch wat de gebeurtenissen van de afgelopen zes maanden, precies teweeg hebben gebracht in het menselijk bewustzijn. Hoe zal het zijn, als we hier over vijf jaar op terug kijken? Zal er echt iets veranderd zijn, of is alles toch gewoon bij het oude gebleven? Het blijft fascinerend hoe de ene mens vooral dankbaarheid kan ervaren, dat hij zonder grote kleerscheuren door de gezondheidscrisis is heen gekomen. Terwijl bij de ander helemaal niets daarvan te bespeuren is. Achteloosheid en onvrede alweer leidend zijn in de manier waarop het leven wordt ervaren.

Uit meerdere onderzoeken van het Sociaal Cultureel Planbureau over de afgelopen jaren blijkt steeds opnieuw dat verreweg de meeste Nederlanders gemiddeld overwegend tevreden zijn met hun leven. Het is de grote, zwijgende meerderheid van mensen, wiens stem doorgaans niet gehoord wordt. Omdat tevredenheid en geluk niet interressant zijn voor de media om over te berichten. In plaats daarvan wordt de lens bij sterke voorkeur gericht op alles waar mensen zich boos over maken en elkaar verwijten. Zo ontstaat een voortdurende vertekening van de werkelijkheid. Het extreme wordt uitvergroot, het normale genegeerd als onbelangrijk.

Lieflijk tafereeltje

Voor mij staat een klein zwart-wit fotootje, genomen op een zaterdag in 1965. Een lieflijk tafereeltje van een winterse middag op het ijs van het Noorderplantsoen in Groningen. Een momentopname van mensen die zichtbaar onbezorgd en hand-in-hand genieten van schaatsen. Blij zijn met het gevoel van vrijheid, dat vrolijk zwieren over het ijs teweeg bracht. Even vrij van hun werk en de last van hun dagelijks bestaan. Bij velen nog herinneringen aan schaarste, honger en gebrek van de oorlogsjaren scherp in hun geheugen. Mensen die de kunst verstonden van volledig in het moment zijn… En die, eenmaal rillerig geworden door de vrieskou, zich konden verheugen op het veilige snorren van de kolenkachel thuis. En de beker warme chocolademelk die daar wachtte. Het waren mensen die genoeg hadden aan wat er was. Aan wat er wel was.

Levenskunst

Ruim 50 jaar later, laat ik me graag inspireren door de levenskunst waarover deze generaties voor ons nog moeiteloos konden beschikken. Geen uitdagende vergezichten en alsmaar sterkere prikkels nodig om in vrede te kunnen zijn met het eenvoudige Nu van dit moment. Want het enige moment dat goed beschouwd werkelijk telt in een mensenleven, is het Nu van dit ogenblik.

Het verleden bestaat alleen in onze, vaak vervormde gedachten die we herinneringen noemen. En de toekomst bestaat uitsluitend in ons denken over wat er allemaal zou kunnen gebeuren. Meestal bezien door de verkrampte bril van vrees en angsten, of die van illusies. Daartussen ligt als een heilige rots het altijd beschikbare NU. Het is pure levenskunst dit ene, ware moment in ons bestaan te omarmen zoals het is. Daarmee opent zich de poort naar innerlijke vrede, waarnaar ieder mens zo verlangt.

Tekst: Herbert van Weerdenburg