Overal waar mensen intensief samen werken of leven, ontstaat vroeg of laat ook wrijving. Soms blijft het daarbij, maar meestal groeit wrijving uit tot irritatie. Op haar beurt kan irritatie zover oplopen dat er een conflict ontstaat. Niet het vermijden van conflicten, maar juist het oplossen er van zegt iets over de kwaliteiten die mensen wel of niet in huis hebben. Of liever gezegd, wel of niet aanspreken in zichzelf.  Want ieder mens heeft van jongsaf aan gevoeld hoe het is om een conflict te hebben met een ander mens. Op school, in een gezin, binnen een bedrijf of instelling, en in allerlei andere verbanden waarin mensen samen werken. En dus heeft ook ieder mens ervaring opgebouwd in het oplossen er van.

De persoonlijke ervaring die mensen gedurende hun leven hebben opgedaan in het oplossen van conflicten, kan sterk verschillen. En is daarnaast ook nog eens in hoge mate sociaal en cultureel bepaald. Twee Italianen die elkaar verwijten dat ze geen rekening met de ander hielden op een druk kruispunt in Milaan, lossen dat doorgaans totaal anders op dan twee Friezen op een mini-rotonde in Damwoude. En twee vrouwelijke leerkrachten op een school die boos zijn op elkaar, omdat ze diep van binnen eigenlijk jaloers zijn op elkaars capaciteiten, hebben een heel ander repertoire ter beschikking dan twee bouwvakkers. Die elkaar op een vrijdagmorgen al voor de derde keer in de weg lopen boven op een steiger.

Stoom afblazen…

De twee Italiaanse driftkikkers kunnen luid claxonerend en gebarend tekeer gaan tegen elkaar, zonder dat iemand op hetzelfde kruispunt er raar van op kijkt. Temperament is volkomen normaal in Italiaanse interacties. Toegegeven, hun conflict wordt niet altijd uitgewerkt. Maar de stoom die beide heefhoofden hebben afgeblazen, maakt wel dat ze weer prima verder kunnen. En er de rest van de dag niet eens meer aan denken.

De twee vrouwen op school die de pest in hebben op elkaar, zullen dat vaak zo lang mogelijk verbergen, of verpakken in kleine steken onder water. Tot het moment waarop hun onderhuidse boosheid in volle hevigheid naar buiten komt. Als het mee zit, resulteert dat in een flinke huilbui van één van twee, of van beiden. Waarna ze weer opgelucht verder kunnen met elkaar. En de twee bouwvakkers hebben zo hun eigen rondborstige vocabulaire ontwikkeld, om aan hun irritatie lucht te geven. In twee of drie woorden kan hun onderlinge spanning worden “geregeld”. Later die vrijdag drinken ze samen een biertje en tappen weer moppen.

Conflicthantering

Ooit volgde ik een college in het vak conflicthantering. Eerlijk gezegd kan ik me daar niet zoveel meer van herinneren, omdat het aanvoelde als te theoretisch en abstract. Behalve dan dat er verschillende stijlen zijn in het omgaan met conflicten. En wat ik er ook van onthouden heb is dat conflicten tussen mensen hun relatie verdiept. Dat is blijven hangen, omdat het overeen komt met mijn eigen waarneming van menselijke relaties, die ik dankzij conflicten op een hoger peil zag komen. Enige voorwaarde is wel dat beiden bereid zijn te werken aan het begrijpen er van. Want begrijpen wat er nu eigenlijk is gebeurd op relatieniveau, is wel een eerste vereiste.

Of die bereidheid er is hangt meestal af van de vraag hoe we als kind getuige zijn geweest van conflicten tussen volwassenen. Hoe die verliepen, en hoe ze uiteindelijk wel of niet tot een oplossing kwamen. Immers, voor een jong kind is een conflict per definitie bedreigend. Het verstoort de harmonie die er was en behoort te zijn. Het plotseling wegvallen daarvan kan veel angst oproepen bij een kind, omdat het zelf machteloos staat en afhankelijk is. Cruciaal is daarom of het ook gezien heeft dat het oplossen er van leidde tot opluchting van alle betrokkenen. En uiteindelijk tot herstel van de harmonie. Of dat het juist leidde tot een gewapende vrede, die de aanloop was naar een volgende botsing.

Gekrenkt…

Verreweg de meeste conflicten tussen volwassen mensen gaan in essentie over zich gekrenkt of zelfs vernederd voelen door iets wat de ander heeft gezegd of gedaan. Soms is dat bewust gebeurd, dus opzettelijk. Maar veel vaker vanuit onnadenkendheid of onachtzaamheid. Waarbij we ons onvoldoende realiseerden wat het effect van een uitspraak voor impact zou hebben op de ander. Zouden we dat wel beseft hebben, dan hadden we die opmerking natuurlijk achterwege gelaten. En was er helemaal geen conflict geweest.

Toch is het waarschijnlijk dat een “verkeerd gevallen” uitspraak in een verbinding van twee mensen, absoluut geen ongelukje is. Relaties zijn geen levenloze en statische objecten, die bedoeld zijn altijd hetzelfde te blijven. Juist relaties zijn primair bedoeld om als mens aan elkaar te groeien. Hoe plezierig of hoe moeilijk dat ook is, persoonlijke ontwikkeling en groei is uiteindelijk het voornaamste doel van elke betekenisvolle relatie. Het alleen maar leuk en gezellig hebben met elkaar, duidt er op dat er weinig diepgang aanwezig is. In feite is er dan nauwelijks sprake van een relatie, maar eerder van een contact. Zoals we dat kunnen hebben met de postbode, die elke dag onze brieven bezorgt.

Maskers af…

Werkelijk in relatie willen zijn met de ander, betekent onvermijdelijk dat we onszelf bloot zullen moeten geven. Vroeg of laat moeten de maskers af, die tot dat moment een deel verhulden van wie we werkelijk zijn. En dan vooral het meest kwetsbare deel, dat we in ons mee dragen. Van kinds af aan. Het einde van de verschuiling, is een voorwaarde om onszelf op een dieper niveau met elkaar te kunnen verbinden. Precies daar waar we op ons kwetsbaarst zijn. En dus ook het meest in staat om onszelf werkelijk te laten zien en kennen aan de ander.

Conflicten dienen altijd onze innerlijke groei. Omdat ze niet langer toestaan dat wat nog niet eerder gekend werd van elkaar, langer verborgen blijft. In de eerste plaats voor onszelf. En in het verlengde daarvan voor de ander. Zo bezien openen conflicten die worden uitgewerkt, altijd een Poort naar meer intimiteit en meer verbinding vanuit liefde. Meer acceptatie van onszelf zoals we ten diepste zijn, inclusief onze schaduwkant, betekent automatisch meer aanvaarding van de ander. En dat is maar goed ook, want nooit kunnen we meer van een ander houden dan van onszelf.

Herbert