Ooit was ik bevriend met Frans, die ik had leren kennen bij het dagblad waarvoor wij allebei werkten. Af en toe maakten we tijd om eens even diepgaand bij te praten in de serre van een cafe-restaurant met uitzicht op de binnenstad. Behalve ontwikkelingen die te maken hadden met ons werk, spraken we vooral over de dingen van het leven. Onderwerpen die er echt toe doen, en die ons beider belangstelling hadden. Boeiende conversaties waren het, die zomaar een paar uur konden duren. In zekere zin waren we sparringpartners, die gemakkelijk konden delen over onze ervaringen, inzichten en vergezichten.

Ook in de jaren nadat we niet meer bij dezelfde werkgever in dienst waren, hielden we onze relatie overeind. Wel nam de frequentie van de ontmoetingen af. Waarbij het leek alsof we ons allebei langzaam maar zeker ontwikkelden in een heel andere levensrichting. Uiteindelijk leidde dat er toe dat ik het initiatief nam onze relatie af te ronden. Ongebruikelijk, zeker voor mij. Maar gaandeweg was ik op een kruispunt in mijn leven aangeland. Als gevolg van een verschuivend perspectief op wat mijzelf en anderen in hun leven eigenlijk ten diepste bewoog, werd het onvermijdelijk sommige mensen los te laten. Aangezien ik steeds meer merkte dat bestaande contacten belemmerend werkten op mijn eigen, persoonlijke ontwikkelingsweg. Ik mezelf steeds vaker moest uitleggen in wat mij bewoog.

Ontwikkeling

In mijn beleving van mens zijn is het onvermijdelijk dat we in de loop van ons leven veranderen, doordat we ons ont-wikkelen. Helemaal onder invloed van tal van leerervaringen die we opdoen op onze levensweg. Zoals het ook onafwendbaar is dat we, afhankelijk van de intensiteit van die ervaringen, gevormd worden. Helaas is het vaak zo dat die persoonlijke ontwikkeling niet paralel loopt met die van vrienden en relaties. Voor zover het gaat om meer oppervlakkige relaties, is dat helemaal niet erg. Maar juist in diepgaande verbindingen kan dit effect leiden tot een gevoel van verwijdering. En zelfs vervreemding.

Dat laatste was het geval, en dus stond ik voor een keuze. Ofwel de vriendschap met Frans laten verwateren, zoals meestal gebeurt tussen mensen, en zich ook in ons geval dreigde te voltrekken. Ofwel het initiatief nemen om deze op een waardige manier af te sluiten. Daarmee recht doend aan al het goede wat de relatie ons gebracht had in de jaren er voor. Maar ook in alle eerlijkheid onder ogen ziend wat ze ons inmiddels niet meer kon brengen. Omdat onze individuele wegen steeds verder uiteen liepen.

Ingrijpend

Zo kwam het dat ik Frans op zekere dag een brief schreef. Waarin ik mijn gevoelens omtrent onze vriendschap uiteen zette. Waarbij ik duidelijk maakte dat, hoezeer het me ook speet, ik niet verder kon omdat we in onze persoonlijke ontwikkeling behoorlijk uit elkaar waren gegroeid. Ik herinner me nog goed hoe ingrijpend het was om deze brief te schrijven. En ook te versturen aan iemand, met wie ik zeker een jaar of 10 lief en leed had gedeeld. Niet dagelijks, maar op gezette tijden en altijd diepgaand. In die brief beschreef ik ook hoe mijn eigen levenservaringen mij tot nieuwe en heel andere inzichten hadden gebracht, dan de zijne hem. Juist gelet op mijn waardering voor hem als mens en vriend, stelde ik daarom voor onze relatie te beëindigen. Zodat al het goede wat er was geweest, behouden kon blijven in onze herinnering aan elkaar.

Het duurde even voordat ik een reactie ontving op mijn brief. Behalve zijn teleurstelling, verwoordde Frans ook dat hij herkende dat we uit elkaar groeiden. Vanuit een meer filosofische invalshoek schetste hij wat in zijn beleving het doel van het leven is. Namelijk: gelukkig zijn. Of tenminste proberen gelukkig te worden. Zijn eenvoudige denkbeeld is me lange tijd bij gebleven, omdat het zo’n logisch antwoord lijkt op de meest existentiële vraag die een mens zichzelf kan stellen: ‘Waarom leef ik eigenlijk?’

Verwarring

Aanvankelijk bracht zijn levensfilosofie me enigszins in verwarring. Want natuurlijk is dit aardse leven ook bedoeld om het goed te hebben. Om momenten van geluk te ervaren, en misschien zelfs een vervullend leven te leiden, waarbij alles op z’n plek valt. In feite is dat misschien wel de oer-drive die ons mensen gaande houdt. Zeker wanneer we beproefd worden door moeizame en pijnlijke ervaringen die we opdoen.

Uit respect voor zijn visie op waar het in het leven volgens hem uiteindelijk om gaat, heb ik zijn brief niet meer beantwoord. Want Frans geloofde oprecht in wat hij schreef. En hij leefde ook naar zijn opvatting. Die gevormd was door zijn levensweg en de talloze ervaringen die hij op deed. Mijn eigen levensweg kende echter ook heel andere dan plezierige ervaringen. En leidde dus tot een totaal ander perspectief op de vraag waarom we eigenlijk leven.

Ambities…

In de jaren daarna ontwikkelde ik mezelf verder. Persoonlijke groei werd steeds nadrukkelijker een ankerpunt in mijn leven. Naarmate mijn inzicht in mezelf en mijn levenservaringen helder werd, kreeg ik ook duidelijk waarom ik me niet meer thuis voelde bij de levensvisie van Frans. En niet alleen die van hem, want veel mensen geloven nog altijd dat het voornaamste doel van ons leven op aarde is dat we gelukkig zijn, of tenminste proberen dat te worden. Waarbij het vooral nodig lijkt om het alsmaar leuk te hebben en toe te komen aan veel verschillende, liefst uitdagende, persoonlijke ambities. Het najagen en verzilveren van die ambities kan inderdaad een vaak korstondig gevoel van geluk teweeg brengen. Niemand zal dat ontkennen.

En toch heb ik van jongs af aan altijd een sterk innerlijk besef gehad, dat leven daar uiteindelijk niet werkelijk om draait. Gaandeweg ben ik gaan zien dat Het Leven niets anders is dan een unieke Leerschool. Het brengt ons een oneindige reeks ervaringen met mensen, die soms aangenaam kunnen zijn. Maar die evengoed moeilijk, pijnlijk, of zelfs traumatisch kunnen uitpakken. Ervaringen ook, die op z’n minst “schuren”, zoals ik ooit hoorde van een levenscoach. “En dat schuren is bedoeld om onszelf aan te slijpen”, voegde hij er aan toe. Waarbij zijn begrip van slijpen natuurlijk stond voor groeien. Innerlijk groeien. Dat werpt al een heel ander licht op de essentie, het wezen van ons aardse leven. Een perspectief waarbij ik mezelf veel meer thuis voel. Sterker nog, wat voor mij aanvoelt als Thuis komen.

Lichtkracht en Liefdekracht

Maar het kan nog kernachtiger worden verwoord. Vanuit een meer spirituele invalshoek. Zoals ooit in een vraaggesprek op de radio gebeurde door Carien Rietberg, die in Rotterdam een drukke praktijk had voor spirituele astrologie. De even wijze als bescheiden vrouw, die het meest bepalend is geweest tijdens mijn jarenlange zoektocht naar wat de essentie van leven voor mij is. Al haar liefdevolle wijsheid vatte ze samen in het kortste en meest treffende antwoord ooit op die cruciale zingevingsvraag, waarom we hier eigenlijk zijn. “Ons leven is bedoeld om te groeien in Lichtkracht en in Liefdekracht…”

Met Lichtkracht bedoelde Carien innerlijke wijsheid. Geen boekenwijsheid, maar universele wijsheid, die zo bewust doorleefd wordt, dat het volledig geïntegreerd raakt in onze persoonlijkheid. En wel zo dat we dat Licht ook daadwerkelijk gaan leven en uitstralen. Met Liefdekracht doelde ze op het vermogen van ons mensen om de ander wezenlijk en diepgaand lief te hebben. Zonder voorwaarden van ons ego. Het enige wat daarvoor nodig is, is voortdurend aan die twee vaardigheden in onszelf te werken. Het Licht en de Liefde. Elke dag opnieuw. Dat is alles. Dat is de zin van het leven.

Herbert