Wat me elk jaar weer opvalt, is hoe er juist in de dagen na Kerstmis iets voelbaar wordt wat ergens lijkt op een ietwat wezenloze stilte… Alsof de hoopvolle spanning die is opgebouwd in de aanloop naar dit belangrijkste feest van het jaar, zich in enkele dagen volledig heeft ontladen. En wordt gevolgd door een golfdal. Want in de aardse dualiteit waarin we leven, wordt elke hoge golf onvermijdelijk ingehaald door een dal.

In elk geval leidt deze gemoedstoestand normaal gesproken tot een fase van inkeer, waarin mensen het nodig hebben om bij te komen. Niet alleen van overheerlijke, maar net iets te zware gerechten die genuttigd zijn. Maar juist ook op mentaal en emotioneel niveau. Alle indrukken willen eerst verwerkt worden. Zoals elke menselijke, emotionele ontlading gevolgd wordt door een stille fase, die nodig is voor verwerking. Als het mee zit, is dit een plezierige en vredige stilte, waarin het goed toeven is. Maar het kan ook anders aanvoelen.

Hoogtepunt…?

Merkwaardig genoeg valt die tijd van inkeer altijd samen met de paar donkere dagen die ons resten tot het moment waarop de jaarwisseling zich gaat voltrekken. Dagen, waarin we wachten op het volgende ontlading die alweer komen gaat. Of is die overvang van oud naar nieuwjaar misschien meer een ingebeeld hoogtepunt…? Eerlijk gezegd, denk ik eigenlijk van wel.

Zelf ontdekte ik dat begin jaren 90, toen ik voor de eerste keer een jaarwisseling bewust alléén beleefde. Door omstandigheden was mijn geliefde ver van huis. En hoewel ik door verschillende mensen was uitgenodigd Oud- en Nieuwjaar gezellig bij hen te komen vieren,  koos ik er bewust voor die avond thuis te blijven. Bij wijze van experiment. Puur om te kijken hoe ik dat zou beleven.

Indrukwekkend

Het werd een indrukwekkende, bijna mystieke ervaring. Eentje die ik nooit meer ben vergeten. Alsof alles wat er werkelijk toe doet op de meest indringende avond van het jaar, die keer veel dieper kon binnen komen. Ik voelde de innerlijke ruimte om werkelijk Stil te staan bij alles wat gebeurd was, dat jaar. Alles van enig belang, passeerde in alle gemoedsrust de revu, en leek organisch te passen in een doorvoelde terugblik op één vol jaar uit een mensenleven. Voor het eerst drong tot me door hoeveel dat eigenlijk was….!

Doordat ik helemaal alleen met mezelf was kwam ik, misschien wel voor het eerst in m’n leven, werkelijk in contact met de grond van mijn bestaan. Het Heilige Nu van dat unieke moment in de tijd. In de intensiteit en diepte van die ervaring, voelde het alsof ik gedragen werd door de innerlijke vrede van dat moment. Door iets wat ik onmogelijk kon benoemen, maar wat overduidelijk voelbaar was als totale acceptatie. Het is me altijd bij gebleven.

Bestaansangst…

Destijds kon ik die ervaring niet verder duiden. Evenmin voelde ik enige behoefte daartoe, omdat ik meer dan genoeg had aan de ervaring zelf. En daar grote vreugde bij voelde. Maar op één of andere manier werd ik gewaar dat een mens in die diepte nooit echt alléén is. Wat een hemelse ontdekking…! Het was een bewustzijn dat uitsluitend op deze intense manier kon binnen komen. Dankzij het los laten van de reflex om onszelf, hoe dan ook, vast te klampen aan een ander mens. Want de diepste angst van ieder mens is zonder enige twijfel onze bestaansangst. Dat, als het er werkelijk op aan komt, hij uiteindelijk alleen is op deze aarde.

Niemandsland

Iets van de ervaring van destijds, komt elk jaar jaar weer boven drijven in het bijzondere niemandsland tussen Kerst en Oud en Nieuw. Die tijd zonder agenda’s en moetens, waarin het oude jaar kalmpjes uithijgt van alles wat achter ons ligt. Een korte schuilperiode tussen de voorbije ontlading van Kerst, en het volgende (ingebeelde?) hoogtepunt, dat onze aandacht alweer op eist.

Hoe graag mag ik wat dobberen in dat kalme niemandsland… Dat zich bij uitstek leent om de balans op te maken van alles wat achter de rug is. Alles wat nooit meer ongedaan kan worden gemaakt, omdat het voorbij is. Ook om terug te blikken op al datgene wat is ingezaaid, of zelfs al voorzichtig tot bloei kwam. Maar vooral ook om los te kunnen laten wat er niet meer toe doet. Omdat het geweest is en z’n belang heeft verloren.

En tenslotte, natuurlijk ook om me te verheugen op al datgene wat gaat komen. In dat hele blanko jaar, dat nu nog als een onbeschreven blad, vredig voor ons ligt…!