Mijn grote liefde voor katten is niet voorbehouden aan m’n eigen dieren en omvat alle katachtigen. Inbegrepen de wat meer exotische rassen als Siamees of Burmaan. Maar in de allereerste plaats gaat zij uit naar de gewone, Europese korthaar. Die onmogelijk nog is weg te denken uit ons dagelijks leven. Over de vraag waarom ca. 2,6 miljoen poezen en katers uberhaupt als voordeurdelers met ons willen samen leven, bestaan allerlei theorieën. In essentie is er natuurlijk maar één werkelijke reden: ons telkens opnieuw herinneren aan onze zachtheid. Aan ons aangeboren vermogen om te strelen en koesteren, dus lief te hebben. Zonder voorbehoud, want geen kat neemt genoegen met halve aandacht. Ook daarin is ze een lichtend voorbeeld voor ons mensen.

Persoonlijk had ik altijd een speciale voorkeur voor katers. Zo roept het stoere schokschouderen van de mannelijke kat tijdens z’n dagelijkse surveillances over z’n territorium, altijd gevoelens van vertedering in me op. Maar ook zijn onverstoorbaarheid en soms onpeilbare stemming, boeien me. Dus wanneer een nieuwe kat uit het asiel gehaald moest worden en ik ging mee, werd het zeker een kater. Misschien dat de uitzonderlijke loyaliteit van de katers voor wie ik in mijn leven heb mogen zorgen, extra indruk op me heeft gemaakt. Jawel: mogen zorgen. Want zorgen voor een kat is een uitzonderlijk voorrecht. Gebeurt het niet geheel naar wens, dan beëindigt de kat vroeg of laat de relatie. Natuurlijk nadat hij een geschiktere verzorger heeft gevonden. En zo hoort het ook.

Mijn zwak voor katers is gebleven, maar de poes begint langszij te komen. Een jaar of 4 geleden verhuisde ik met m’n huidige kater naar een groot en statig herenhuis, met 8 slaapkamers. Al snel viel me op dat het huis niet alleen veel te groot was voor mij, maar ook voor hem. Vaak liep hij maar wat mismoedig te zoeken naar een plekje waar hij zich echt geborgen voelde. Op m’n voorgaande adres vertoefden meerdere katten, en dus kon ik daar met enige moeite een grijze poes los weken. Na enig soebatten, bleek ze bereid bij hem en mij te komen wonen.

Sympathie

Dikke vrienden waren het eerder nooit geweest, hij en zij. Te verschillend qua persoonlijkheid. Een goeiige lobbes en een over-assertief type, dat is vragen om relationele schermutselingen. Enige vijandelijkheid tussen hen hing eigenlijk altijd in de lucht, en dat lag zeker niet aan hem. Maar in het grote huis groeide hun samenwerking naar een niveau waarop zelfs sympathie voelbaar werd, over en weer. En zo kwam ik in de unieke gelegenheid me ook eens rustig te verdiepen in de zieleroerselen van een poes. Het bleek een aangename kennismaking en onze relatie ontwikkelde zich voorspoedig.

Toen ik 2 jaar geleden een appartementje op de begane grond betrok, verhuisden poes en kater opgewekt mee. De nieuwe buren links en rechts vonden het prima, want er is een gemeenschappelijke achtertuin met ruimte voor al wat leeft. Omdat ik sterk m’n eigen gang ging, merkte ik niet dat de poes behalve met mij, ook heimelijk relaties aanknoopte met oudere buurvrouwen. Pas toen ik onlangs een jongere buurvrouw kreeg, veranderde dat. De poes bleef steeds langer weg, ook ’s nachts, en kwam nog maar af en toe thuis om te eten en te slapen. Maar goed in een warme zomer zijn katten wel vaker lang van huis. Dus duurde het even voor ik argwaan kreeg. De intervallen waarmee ze thuis kwam werden intussen alleen maar groter.

Gunsten

Pas toen ik op onderzoek uit ging bleek wat er gaande was. De jongere en oudere buurvrouw waren volledig in de ban geraakt van “mijn” poes. Hadden allerlei mandjes en dekentjes geïnstalleerd om haar zoveel mogelijk in de watten te leggen. Mens en dier genoten daar zichtbaar van. Van haar aanbidsters kreeg ze voer, drinken en eindeloos veel knuffels. Zoveel, dat het nauwelijks in haar op kwam nog thuis te komen. Tenzij ik haar ’s nachts ging zoeken met een zaklamp en terug naar huis droeg. Na een nachtje slaap, stond ze dan alweer te trappelen bij de deur om aan al haar verplichtingen jegens de buurvrouwen te voldoen. Ze had het er maar druk mee, met al die mensen die dingen om haar gunsten.

Omdat ik haar veel liefde gun, besloot ik het aanvankelijk op z’n beloop te laten. Een deeltijdpoes moest kunnen, dacht ik. Als ze anderen ook gelukkig kan maken, wie ben ik dan om haar dat te beletten. Maar toen ze als gevolg van deze ruimhartigheid steeds langer weg bleef, werd het me te gortig en opende ik het overleg met de buurvrouwen. Eerst werd bij hoog en bij laag ontkend dat de poes daar dagelijks werd getrakteerd op lekkernijen. Maar bij de derde keer dat ik ontstemd voor de deur stond, kwam het hoge woord er uit. “We zijn zo dol op haar, dat we haar ook wel eens eten geven…”, klonk het schuldbewust. “En melk en snacks….”.

Het lukte me niet om boos te worden, want zoveel liefde voor mijn poes kan ik moeilijk weerstaan. Met beiden sprak ik af dat dit niet de bedoeling was, en dat thuis de enige plek is waar ze gevoederd wordt. Tegen drinken kon niemand bezwaar hebben, maar eten en slapen deed ze vanaf nu dus weer thuis. Deze duidelijkheid leek te werken, totdat het enkele weken later weer mis ging. Dit keer bleef de jongedame 5 volle etmalen weg, en kon ik haar nergens meer vinden.

Schriftelijk

Na wat minder vriendelijk overleg met de oudere buurvrouw, bleek dat ze daar ondanks de belofte nog steeds gevoerd werd. Ik maakte opnieuw duidelijke afspraken over het delen van poes, en bevestigde deze schriftelijk. Beide buurvrouwen kregen een afschrift, zodat er geen enkel misvestand meer zou bestaan over mijn grenzen als verzorger.

Wat een opluchting…! Sindsdien mag ik haar weer elke avond verwelkomen. Rond middernacht, dat wel. Want de buurvrouwen laten haar pas gaan wanneer ze zelf gaan slapen. Ik weet het, het kan natuurlijk ook best andersom zijn. Dat poes pas bereid is te vertrekken als ze er wordt uitgezet. Hoe dan ook, ik prijs me gelukkig dat ik haar weer kan rekenen tot ons gezin. Al is haar rol nu wel een beetje die van puber. Thuis komen om te eten en slapen, en direct daarna weer te vertrekken.

Toch merkwaardig. Met geen van mijn katers heb ik ooit dit soort problemen rond hun populariteit gekend. Misschien is het wel zo dat katers zich vooral bekommeren om het bewaken van hun eigen huis en haard. Terwijl poezen liever flaneren langs andermans huis, om te bezien of ze in de smaak vallen. Ook het dierenrijk kent taakverdelingen.

HvW