Merkwaardig is dat toch, als je er goed over nadenkt. Als mens worden we allemaal bloot geboren, en ooit verlaten we ook allemaal weer naakt deze aarde. Zeker in figuurlijke zin, want nooit is een mens zo kwetsbaar als juist in z’n sterven. Tussen deze twee meest intieme gebeurtenissen in een mensenleven, het begin en het einde, is ons geleerd vooral terughoudend te zijn met het meest basale dat ons een leven lang vergezelt. Dag in, dag uit. Ons lichaam.

Als ik me goed herinner uit mijn studie theologie, bedekten Adam en Eva gaandeweg hun paradijselijke liefde ineens hun naaktheid, vanaf het moment dat er iets mis ging met een appel. Wat mij altijd geboeid heeft is de vraag of het wel Eva is geweest, die op het idee kwam de verboden vrucht te plukken. Of dat ze stiekem was aangespoord door Adam, hetgeen ik vermoed. Mannen zijn van nature geneigd meer risico’s te nemen, dan vrouwen. Alleen al daarom veroorzaken vrouwen half zoveel ongelukken in het verkeer. En zelfs alle economen weten dat de hele bankencrisis, die ons op de rand van een afgrond bracht, nooit was ontstaan wanneer de regie in handen had gelegen van vrouwen.

Schaamte

Daarom zou het mij niet verbazen dat het toch echt Adam was, die vanuit verveling ineens trek kreeg in die appel. Maar zelf niet goed durfde, of gewoon te lui was. Wellicht om hem te plezieren, plukte zij. Zoals ik het ook waarschijnlijk acht dat deze verdraaiing van feiten door de masculiene auteurs van het oude testament, doelbewust zo is opgeschreven. Tenminste uit schaamte over het mannelijk ego, dat in de toekomst van de mensheid toch al voor zoveel ellende zou zorgen. Maar dit terzijde.

Hoe dan ook, ooit is de naakte mens zichzelf gaan bedekken met kleding. In zekere zin verloor hij daarmee een groot deel van z’n kinderlijke onschuld. Want kleding kan veel verdoezelen, in elk geval ook onze kwetsbaarheid. Ik herinner me nog goed dat het vooral (voormalige) priesters waren, die vaak hoge coltruien droegen. In hun vrije tijd en tijdens pastorale contacten. Als metaforisch symbool van hun ‘reinheid’. En als zelfbescherming tegen vermeende verlokking en verleiding, die misschien zou kunnen ontstaan in hun contact met vrouwen. Het harnas van de coltrui diende om hun menselijkheid en daarmee hun kwetsbaarheid, zoveel mogelijk te maskeren. We hebben gezien waartoe hun obsessie met het lichamelijke als verboden vrucht, allemaal heeft geleid.

Badkledingdag…

Deze gedachten kwamen afgelopen week voorbij, toen ik in aangenaam gezelschap voor het eerst uit de kleren ging in een sauna. Zeker, al lang geleden had ik een paar keer verkend hoe het toch kan dat zoveel mensen gelukzalig kunnen verhalen over hun sauna-beleving. “Zo heerlijk…, moet je absoluut doen. Echt iets voor jou…!” En ook onlangs nog, hernieuwde ik m’n kennismaking met de van oorsprong Finse gewoonte, om het lichaam sensationele verschillen in temperatuur te laten ondergaan. Maar wel steeds op badkledingdag. En dus in een laffe zwembroek.

In het van alle comfort en faciliteiten voorziene saunacomplex dat we nu binnen gingen, kon daar natuurlijk geen sprake van zijn. En dus bleef m’n zwembroek thuis. Voor zover ik misschien heel eventjes door mijn blootschroom heen moest, was dat in luttele minuten bekeken. Eenmaal omgekleed in slechts een badjas en op slippers, ging het richting de douches. Om me heen wemelde het van blote mensen. Man en vrouw, jong en oud, groot en klein, dun en dik. En alles wat daar tussen zit aan formaten.

Paradijselijk

Nooit eerder zag ik zoveel mensen zo volkomen vanzelfsprekend bloot zijn. Vooral die natuurlijke vanzelfsprekendheid raakte me. Waar ik ook keek, overal naakte mensen. En niemand leek daarmee bezig. Ook in het dampende buitenbad, verwijlden tientallen mensen in natura. Anderen hingen ontspannen in de paradijkselijke tuin, in een luie ligstoel, of lazen relaxed een boek. Alsof het nooit anders was geweest, sinds Adam en Eva.

Terwijl ik rustig in een panoramasauna lag te zweten, met uitzicht op de wintertuin, raakte ik ongemerkt in een andere bewustzijnstoestand. Niet ongewoon bij temperaturen van 80 graden, vermoed ik. De combinatie van overwegend naakte mensen in de tuin, en de grote flarden optrekkende mist die ontstonden door het dampende zwemwater, gaven me ineens het gevoel alsof ik heel even een inkijkje kreeg in de hemel. Tenminste, zoals die vroeger aanschouwelijk werd voorgesteld op oude prenten en schilderijen. Allemaal mensen die ofwel bloot, ofwel in witte gewaden (badjassen) zich in ultieme harmonie verpoosden in de beschutting van die tuin. Terwijl het ijzig koud was buiten, maar dat leek niemand ook maar iets te deren. In de hemel is geen lijden meer.

Pais en vree

Wat dit tafereel nog sterker deed denken aan hemelse sferen, was de volstrekte harmonie waarin iedereen met elkaar verkeerde. Velen zaten rustig een boek te lezen, want mobiele telefoons waren er verboden. Zoals dat ook in de hemel ongetwijfeld het geval is. De firma Appel heeft er namelijk niets te zeggen. Mensen hingen loom in een stoel of bank, alleen of tegen elkaar aan. Alle gezichten die ik zag, waren totaal ontspannen en tevreden. Nergens ook maar een spoor van onvrede, alles in volkomen pais en vree.

Kennelijk werkt het zo dat pas wanneer mensen zich hebben ontdaan van alle denkbare ballast, er ineens ruimte ontstaat voor wezenlijke verbinding en harmonie. Het afleggen van onze kleding, bevordert de bevrijding van ons ego. Directeur en schoonmaakster, werkloze en ambtenaar, zonder kleren is iedereen gelijk. Pas dan heeft ieder vrede met wat is in het Nu. Het genoeg van het Moment. Een hemels genoegen.

Herbert