Terwijl ik genoot van een gevoel van vrede en sereniteit gedurende Eerste Paasdag, realiseerde ik me dat we elk jaar opnieuw vieren dat het menselijk lijden uiteindelijk zal worden overstegen. Tenminste, voor wie de diepste essentie van Pasen nog tot de verbeelding spreekt. Eén keer per jaar is er dat schrille contrast tussen hoe we eerst stil staan bij het indrukwekkende lijden van Jezus van Nazareth, twintig eeuwen geleden. Om ons na een pauze op “stille zaterdag” te realiseren dat we willen geloven dat het leven altijd sterker zal zijn dan de dood. Het Licht altijd krachtiger dan de duisternis. Het goede uiteindelijk zal zegevieren over het kwade.

De kern van dat vertrouwen is dat we “het” niet zelf in de hand hebben. Maar dat er kennelijk Iets is wat ons kleine zelf ver te boven gaat. Het lijkt alsof we juist NU, net iets ontvankelijker zijn voor gedachten en gevoelens als deze. Want als er één ding radicaal veranderd is door de crisis die we momenteel collectief door maken, is het wel ons besef van kwetsbaarheid.

Overigens hadden talloze mensen helemaal geen bedreiging van buitenaf ‘nodig’, om in contact te zijn met hun wondbaarheid. Als gevolg van lichamelijke beperkingen, hoge leeftijd, armoede of geestelijk lijden, was hun kwetsbaarheid al dagelijkse realiteit. Maar het unieke van de huidige ervaring is dat nu iedereen kwetsbaar is. En ook nog in gelijke mate. Want dit keer kan het niet worden omzeild, gecompenseerd, verzekerd, of “afgekocht”. Iedereen loopt evenveel kans om ziek te worden.

Sluimerend

Het diep doordringen van precies dit existentiële besef, is wat mij betreft het belangrijkste antwoord op vragen die alsmaar gesteld worden naar het waarom van deze crisis. Zolang het leven lekker loopt, zolang we kunnen beschikken over alles wat we willen en wensen, en zolang we daarbij maar zelf de regie kunnen hebben over ons dagelijks leven, sluimert het besef van onze eigen kwetsbaarheid hooguit op de achtergrond. Of zit het veilig opgeborgen in de kluis van ons onderbewustzijn.

Maar zodra zich een acute bedreiging aandient die we niet konden voorzien, is daar plotseling die ontzagwekkende gewaarwording van onze kleinheid en nietigheid als mens… Met een schok beseffen we dat het mysterie van het leven ons gegeven is. En daarmee finaal haaks staat op de gecultiveerde illusie dat we het zelf  volledig kunnen controleren en beheersen. Ineens is er die indringende gewaarwording van onze kwetsbaarheid, waartoe we ons moeten zien te verhouden. Immers, zelfs de door velen aanbeden wetenschap en zijn eenzijdig vertrouwen op de ratio, staat nu met lege handen.

Verdrongen

Ik denk eerlijk gezegd dat precies daar, rond het plotselinge verlies aan regie over ons eigen leven, de meeste angstgevoelens manifest worden. In feite werpt het ons terug op een veel eerdere fase van ons bestaan, waarin we nog kind waren. Ook toen hadden we maar in beperkte mate regie over ons leven. Waren het anderen (volwassenen) die beslissingen voor ons namen, en van wie we dus afhankelijk waren. En ook toen konden we niet anders dan maar vertrouwen dat die het beste met ons voor hadden, omdat ze nu eenmaal van ons hielden. Naarmate we ouder werden, kregen we steeds een beetje meer regie toebedeeld over ons eigen leven. Totdat we gingen geloven dat we vrijwel alles zelf konden bepalen en regelen. Aldus verdrongen we op den duur dat besef van onze afhankelijkheid en kwetsbaarheid.

Ooit, lang geleden, was er een dag dat we geboren werden, hier op aarde. Naakt, kwetsbaar en in totale weerloosheid. Overgeleverd aan de liefde en zorg van mensen uit wie we voort kwamen. En ooit zal er een dag zijn dat we sterven. Normaal gesproken gebeurt ook dat in een staat van afhankelijkheid en kwetsbaarheid. Verreweg de twee belangrijkste momenten in een mensenleven, geboorte en sterven, worden gekenmerkt door onze weerloosheid en afhankelijkheid. Daarom ligt precies daar de ongemakkelijke rode draad van een mensenleven. Wat we onszelf ook wijs maken op dit punt.

Niemand….

Op de avond van eerste Paasdag, hoorde ik van een vriendin een schrijnend verhaal, dat deze realiteit indringend illustreert. En dat me raakt omdat we liever niet willen weten dat zulke situaties bestaan in onze beschaafde, menselijke wereld. Een vrouw van 92 in het bejaardencentrum waar zij werkt, ligt al 5 jaar lang (!) in bed omdat er sprake is van uitzichtloos geestelijk lijden. Haar angsten zijn zo groot en haar lichaam inmiddels zo zwak, dat ze haar dagelijks leven alleen nog vanuit haar bed kan overzien. En jawel, daar komt het, er is letterlijk niemand meer die naar haar om kijkt… Al jaren niet. Behalve dan het personeel van het huis, dat haar functioneel verzorgt. Om welke redenen dan ook, is er geen contact meer met familie of verwanten. Alleen een vrijwilligster zorgde er voor dat haar boodschappen gedaan werden. Op de vraag of er onlangs misschien nog iemand op haar verjaardag was geweest, antwoordde ze: “Nee…, niemand.”

Al vele jaren leeft bij deze vrouw het intense verlangen om via euthanasie uit haar lijden te worden verlost. Al die tijd waren de behandelend artsen niet voldoende overtuigd van de ondraaglijkheid van haar lijden. Omdat ze strikt genomen niet “ziek” is, afgezien dan van de ernstige verzwakking van haar lichaam, dat al jaren in hetzelfde bed ligt. Dag en nacht, de klok rond. Haar angsten en haar geestelijk lijden werden al die tijd niet als ondraaglijk en uitzichtloos ‘genoeg’ beoordeeld. Tot vorige week. Want aan haar uitdrukkelijke wens wordt nu alsnog gehoor gegeven. Deze Paasweek mag ze eindelijk gaan.

Iemand

Toen ik het even op me liet inwerken, merkte ik hoezeer het verhaal van deze vrouw mij emotioneel raakt. Hoewel ik haar nooit heb ontmoet is ze voor mij toch Iemand. Ooit geboren als weerloze baby, hopelijk gewenst en liefdevol verwelkomd. Nu even weerloos als destijds. Moederziel alléén op de wereld. Ernstig, ondraaglijk lijden, en al 5 jaar gekluisterd aan bed zonder dat er nog bezoek kwam. Besta je nog wel dan…? Hoeveel eenzaamheid en lijden kan een mens eigenlijk verdragen…?

“Let een beetje op elkaar”, waren de goed bedoelde en vaderlijke woorden van onze minister-president, paar weken terug. Toen hij aankondigde dat de regie over ons leven en onze vrijheid tijdelijk op een iets lager pitje zou komen staan. Prachtig, want hij meende het. Maar wie lette er eigenlijk een beetje op haar…, die al 5 jaar in bed ligt met groot geestelijk lijden? En wie lette er op al die talloze mensen in dit land, die zich al jaren alléén voelden? Niet gezien en niet gehoord. Kwetsbaar, weerloos en afhankelijk. Omdat ze niet meer “van belang” zijn in de decadente samenleving waarin niemand nog echt tijd had voor elkaar. Of nam. Lijdend vaak onder mens-onterende eenzaamheid en verdriet. Wie lette er op hen….?

Omhelsd

Dinsdagavond tegen zes uur ontsteek ik bewust een kaars. Aan het intense lijden van iemand van ons, komt dan tot haar grote opluchting een einde. Niet spectaculair, maar bijna ongezien. In een klein kamertje, met alleen de arts en de verpleegkundige die dan dienst heeft. En die hopelijk haar hand heel stevig vast zal houden, in de laatste momenten van haar aardse leven. Ik wens en weet dat de poort van de hemel wagenwijd OPEN zal staan voor deze vrouw. En ze omhelsd wordt in een zee van Licht en Liefde, die al haar tranen zal drogen.

Herbert