Liefde is een begrip dat doorgaans geassocieerd wordt met zachte, menselijke kwaliteiten, zoals empathie, zorgzaamheid en het vermogen om te koesteren. We denken dan bijna automatisch aan de ‘vrouwelijke’ polariteit van liefde. Juist in de afgelopen maanden zijn we ons meer dan ooit bewust geworden van de grote waarde van deze zachte, invoelende en helende krachten. Kwaliteiten die vooral nodig zijn in de vorm van troost, op momenten dat we geconfronteerd worden met tegenslag, beperking, ziekte, of ontgoocheling. Als de collectieve beperkingen één ding geleerd hebben, is het dat we niet zonder liefde kunnen in die betekenis.

Maar liefde kent ook een hele andere polariteit, die aangeduid kan worden als de ‘mannelijke’ uitdrukkingsvorm. Daarbij gaat het primair om de actieve uitdrukking van wat liefde ook is. Namelijk daadkracht, onverschrokkenheid, vastberadenheid en doortastendheid. Ook deze kant van het liefdesspectrum is gebaseerd op inlevingsvermogen en betrokkenheid vanuit het hart. Maar het accent ligt hier primair op moed. De moed die nodig is om dingen te doen, waar we normaliter liever omheen zouden lopen.

Franciscus

Vorige maand kwam hier ter sprake het leven van Franciscus van Assisi. Een jongeman die, opgegroeid in pure rijkdom en ‘lang leve de lol’, radicaal koos voor een leven zonder ballast van ‘hebben en bezit’. Maar in plaats daarvan besloot tot volstrekte solidariteit met de armen en kwetsbaren van zijn tijd. En die als geen ander Gods aanwezigheid zag en koesterde in ieder mens en dier. Volgens Franciscus was ieder mens en ieder dier een afspiegeling van Gods eigen diepste wezen. De grote ommekeer in het leven van Franciscus werd ingeluid door zijn plotselinge moed.

Na een veldslag tussen zijn geboorteplaats Assisi en de stad Perugia, raakte hij rond z’n twintigste krijgsgevangen. Na een jaar kwam hij vrij maar werd ernstig en langdurig ziek. Beide ervaringen van kwetsbaarheid, gevangenschap en verlies van gezondheid, zetten bij hem grote innerlijke verandering in gang. Met name raakte hij onder de indruk van het grote leed dat melaatsen in die tijd ten deel viel. Immers, omdat zij leden aan een gevreesde besmettelijke ziekte, werden ze letterlijk uitgestoten uit dorpen en steden. Ze werden verjaagd, alsof het om wilde dieren ging. Zo raakten ze volledig aangewezen op zichzelf om te overleven. Een leven in honger en diepe armoede, totaal afhankelijk van wat hen van afstand werd toegeworpen aan voedsel of aalmoezen.

Impulsief

Toen Franciscus op zijn paard door het gebied van zijn geboortestreek reed, kwam hij onverwacht een melaatse tegen. In zichzelf voerde hij een acute tweestrijd. Want instinctief voelde hij zijn reflex om zoveel mogelijk afstand van de man te houden, en in een boog om hem heen te rijden. Maar omdat er door de opening van zijn eigen kwetsbaarheid iets wezenlijk was veranderd in hem, nam hij impulsief een ander besluit. Hij sprong van zijn paard, liep op de verbouwereerde melaatse af, en omhelsde hem…! Sterker nog, hij trok zijn dure gewaad uit, en sloeg dit om de zieke mens heen, die hij van dichtbij in de ogen keek. Deze ene, moedige daad zette een reeks radicale veranderingen in gang in het leven van Franciscus.

Eerbetoon…

Vandaag las ik een weekendkrant, die vol stond met meer of minder lezenswaardige artikelen. Toch was het één foto-bijschrift dat mijn aandacht volledig in beslag nam. In Rome is een muurschildering aangebracht met een fragment uit de klassieke speelfilm One flew over the cuckoo’s nest, waarbij acteur Jack Nicholson omhelsd wordt door Will Sampson. In de film zijn beide mannen opgesloten in een psychiatrische inrichting, waar een wreed en hardvochtig behandelbeleid gevoerd wordt.

Sampson draagt tijdens die geschilderde omhelzing van Nicholson een mondkapje en beschermende handschoen…. “De geschilderde omhelzing is een eerbetoon aan mensen die een zieke naaste niet konden omhelzen, en aan iedereen die zonder omhelzing is gestorven.” Aldus het foto-bijschrift.

Verstarde robots

In de hele aanpak van het ‘crisis-management’ heeft de laatste tijd één ding centraal gestaan, en dat is de ratio. De rationele benadering van een ongekend vraagstuk, dat omgeven is met angst. De obsessieve vrees om besmet te raken. Het is bijna schokkend hoe gemakkelijk we bereid zijn gebleken de meest menselijke waarden in onze beschaving prijs te geven. Het fysieke gebaar van troost, een hand, een arm om iemand heen, een omhelzing, of een liefdevolle zoen op een wang. Als verstarde robots hebben we gekozen voor de rationele benadering op basis van angst. Als gevolg daarvan zijn veel mensen, dierbaren, in diepe nood gestorven, zonder dat laatste teken van compassie en troost dat ze verdienden. Het vraagt een moment bezinning om dit goed door te laten dringen.

Geconditioneerd

Een jaar of 15 geleden, omhelsde ik voor de eerste keer als volwassen man mijn eigen moeder. In plaats van de twee zoenen die ik haar normaal gesproken gaf als teken van begroeting. ‘Calvinistisch’ geconditioneerd als ik en velen van mijn generatie waren geraakt, voelde dat als van een hoge brug springen met alleen een elastiek om mijn enkel. Maar door haar broze kwetsbaarheid als gevolg van een chronisch ziekteproces, wist ik in een flits wat zij ten diepste nodig had om mijn verbinding en diepe loyaliteit met haar echt te kunnen voelen. Dankzij iemand die ik had ontmoet in mijn leven, overwon ik eindelijk het harnas van mijn misplaatste schroom. En gaf ik gehoor aan de taal van mijn hart.

Versoepeling…?

Inmiddels ziten we in de fase waarin versoepeling het sleutelwoord is geworden. Van strakke, door het hoofd geregisseerde beperkingen, naar nog steeds door het hoofd geregisseerde versoepelingen. De collectieve opluchting is voelbaar, dat we ons normale leven weer een klein beetje kunnen hervatten. Maar misschien wordt het tijd dat we ietsje meer moed tonen. Vooral naar hen die ziek zijn, en diep lijden onder de “afstandsregels” van het hoofd.

Tienduizenden mensen in dit land zijn al lang en breed genezen van de ziekte die ons zoveel angst inboezemt. Duizenden anderen hebben nauwelijks gemerkt dat ze ziek waren, of verkeren in de veronderstelling dat ze te maken hadden met een gewoon griepje. Zoals bekend bestaat voor beide aandoeningen geen medicijn. Met iets van de moed die Franciscus toonde in zijn omhelzing van de melaatse, zal hun herstel zoveel vlotter en vooral menselijker verlopen. De taal van ons Hart is het enige wat daarbij nodig is.

Tekst: Herbert van Weerdenburg