Ooit had ik een diepgaand vraaggesprek met theoloog en filosoof Theo Zweerman. De Utrechtse hoogleraar franciscaanse spiritualiteit, die in theologisch Nederland decennia werd gekoesterd om zijn wijze en diepzinnige inzichten. De even erudiete als volstrekt eenvoudig gebleven pater, verdiepte zich meer dan wie ook in de spiritualiteit van Franciscus van Assisi. Een jongeman die, opgegroeid in pure rijkdom en ‘lang leve de lol’, radicaal koos voor een leven zonder ballast van ‘hebben en bezit’. Maar in plaats daarvan koos voor volstrekte solidariteit met de armen en kwetsbaren van zijn tijd. En die als geen ander Gods aanwezigheid zag en koesterde in ieder mens en dier. Volgens Franciscus was ieder mens en ieder dier een afspiegeling van Gods eigen diepste wezen.

Alleen al vanwege zijn diepe bewondering voor die gepassioneerde missie van Franciscus, bleef Zweerman altijd de bescheidenheid zelve. Van zijn door anderen bewierookte reputatie als “wijze” wilde hij helemaal niets weten. Als geen ander kende hij de valkuilen van het menselijk ego, dat in essentie vanuit angst probeert zichzelf te onder-scheiden van de ander. Dus vaak ook ten koste van die ander. In plaats van in alle eenvoud te willen dienen en verbinden, vanuit afstemming, empathie en liefde.

Vervreemding

Tijdens het gesprek vroeg ik naar zijn visie op de toename van steeds decadentere trekken in onze post-moderne samenleving, zoals die sinds de jaren ’90 al volop gestalte kregen. Volgens Theo waren  twee fenomenen aanwijsbaar die de innerlijke harmonie en vrede van mensen verstoorden. En daarmee leiden tot een diepgaand gevoel van vervreemding en grote onvrede in brede lagen van de bevolking. Ten eerste het “opvoeringssyndroom”, zoals hij het noemde. Zweerman signaleerde hoe we toen al leefden in een wereld waarin alsmaar méér en alsmaar sneller de maat der dingen was geworden. Als gevolg waarvan de menselijke maat steeds verder uit beeld verdween.

Daarnaast noemde hij het verzekeringssyndroom. Gebaseerd op het waanidee dat we onszelf tegen alle ongemak en tegenslag in het menselijk leven zouden kunnen indekken en beschermen. Met name het blindelings vertrouwen op het ver doorgeschoten rationele denken onder aanvoering van de wetenschap in onze Westerse samenlevingen, was daaraan oorzakelijk gezien debet. Omdat het handig inspeelde op de behoefte van het menselijk ego om alles in zijn of haar leven volledig onder controle te hebben. Daarbij gemakshalve vergetend, dat wij mensen in de allereerste plaats kwetsbaar zijn. En wel van onze geboorte tot ons levenseinde.

Afhankelijk

Theo Zweerman maakte zich grote zorgen hoe opvoeringssyndroom en verzekeringssyndroom tesamen een wezenlijke bedreiging vormden voor een menselijke samenleving. Waarin wij mensen, kwetsbaar als we zijn, van nature met elkaar verbonden en dus ook van elkaar afhankelijk zijn. Overigens niet alleen met en van elkaar, maar ook van alles wat in harmonie leeft en bloeit en groeit in Gods schepping. Aarde, mens, dier en plant.

Afgelopen dagen en weken heb ik vaak terug moeten denken aan de grote wijsheid van wat deze franciscaan destijds signaleerde als oorsprong van de alsmaar groeiende onvrede in ons land. Maar vooral aan zijn diepe bezorgdheid over het teloor gaan van de meest cruciale menselijke waarde, namelijk onze kwetsbaarheid. Of onze “wondbaarheid”, zoals hij het prachtig benoemde. Immers alléén vanuit een diep besef van onze eigen kwetsbaarheid, ontstaat oprecht verlangen naar werkelijke verbinding met de ander.

Zweerman was zeker geen onheilsprofeet of cultuurpessimist. In die zin hield hij absoluut vertrouwen dat het goede en liefdevolle in het (collectieve) bewustzijn van de mens, uiteindelijk zou zegevieren op de ontwrichtende werking van het menselijk ego.

Ontreddering

Sinds dat vraaggesprek zijn we de afgelopen 20 jaar getuige geweest van een toenemende ontreddering van veel mensen, in een samenleving die niet meer de hunne is. Met alle frustratie, wantrouwen, afscheiding en onderlinge strijd als gevolg. Wat begon in de jaren ’60 en ’70 als een ontwikkeling van overdreven nadruk op het collectieve naar meer individuele ontwikkeling, is tot in het absurde door geschoten in een kille ieder-voor-zich-mentaliteit. Waarbij onderlinge betrokkenheid en solidariteit het zwaar te verduren kregen. Nooit eerder voelden zoveel (kwetsbare) mensen in dit land zich zo eenzaam in hun bestaan, omdat echte verbinding met een betekenisvolle ander nauwelijks nog mogelijk is. En nooit eerder raakten zo veel mensen burn out, omdat ze niet meer opgewassen zijn tegen het opvoeringssyndroom.

Drie fasen

Elke serieuze crisis in het menselijk bestaan, kent altijd tenminste drie fasen. Ten eerste de fase van vast lopen, en ernstig beperkt worden in wat voorheen nog wel kon. Waarbij onvermijdelijk sterke gevoelens van angst, vertwijfeling, verdriet en boosheid horen. Immers, wanneer het ego de controle over ons gevoel van zelfbeschikking verliest, is het lijden in last. De wereldwijde crisis waar we nu door heen gaan, maakt dat uitvergroot zichtbaar. Kenmerken van een collectieve angstpsychose worden daarbij zichtbaar. Krampachtig wordt geprobeerd de controle te herwinnen, om op de oude voet verder te gaan.

Als het goed gaat, wordt deze intense en pijnlijke fase gevolgd door een periode van inkeer. Waarbij we voldoende tijd nemen om in onszelf af te dalen, en opnieuw te bezien wat voor ons mensen wezenlijk van waarde is. Zowel individueel als collectief. Helder krijgen waar de echte prioriteiten in ons leven liggen, gegeven de beperkingen die we moeten dragen. Uiteindelijk zal dat leiden tot een derde fase, waarin een rigoureuse herwaardering ontstaat van wat er wezenlijk toe doet. Gevolgd door ingrijpende keuzes om het daadwerkelijk anders te gaan doen.

Transformatieproces

Zo zal het ook gaan met de grote crisis op wereldschaal, die we nu ervaren en beleven. Als we dit transformatieproces kunnen accepteren als onvermijdelijk, en dat begint met afdalen in onszelf, zullen er vanzelf contouren van antwoorden ontstaan. Nu veel van wat vanzelfsprekend was geworden tijdelijk is weg gevallen, is dit HET moment om ons af te vragen hoe we straks verder willen. Nadat de crisis tot bedaren is gekomen.

Het is hoopvol om te zien hoe de eerste tekenen er op wijzen dat er sprake lijkt van groei in onderlinge verbondenheid en solidariteit. En van vriendelijkheid. Het valt op dat zelfs mensen die elkaar helemaal niet kennen, elkaar weer beginnen te groeten  in supermarkt of op straat. Elkaar voor laten gaan en elkaar helpen. Wat tot voor kort finaal leek verbleekt aan basale menselijke waarden, begint langzaam maar zeker terug te komen.

Angst of liefde?

Maar de belangrijkste uitdaging in ons denken en handelen wacht nog op antwoord. Is het mogelijk om in elk geval voor even onze angst los te laten, en te kiezen voor liefde als belangrijkste bondgenoot? Kunnen we dat nog….?

En is het misschien mogelijk dat we durven geloven dat ieder mens van nature goed en lief is….? Al was het maar omdat we allemaal voort komen uit diezelfde en enige Bron van onvoorwaardelijke liefde, waaraan in de loop der tijd zoveel namen zijn gegeven. Wanneer we onze diepste oorsprong voorzichtig beginnen te herinneren, en weer werkelijk weet hebben van onze wondbaarheid als mens, dan zal ook deze crisis uiteindelijk ten goede keren. Want juist in onze kwetsbaarheid ligt onze grootste kracht. Alleen zij opent de poort naar mededogen en wezenlijke verbinding.

Herbert van Weerdenburg