Afgelopen week stond ik in de lentezon bij een pompstation. Terwijl ik de vulslang terug hing en binnen wilde afrekenen, zag ik achter mij twee kleine zelfstandigen. Friezen waren het. De een hing uit het geopende raampje van zijn busje, en maakte een praatje met de ander, die ook net klaar was met tanken. Zonder omhaal van veel woorden werd gedeeld hoe hun leven er voor stond. Dat bleek mee te vallen, gelet op de optimistische toon die duidelijk hoorbaar was. “Niet klagen maar dragen…!”, sprak de bestuurder van het busje monter. En na een kordate groet, sloot hij het raam en reed weg.

Voorheen zou ik misschien mijn bedenkingen hebben gehad, bij dit rondborstige levensmotto. Omdat het een echt gesprek tussen mensen in de kiem kan smoren. Maar gelet op het uitzonderlijke van de situatie waarin we momenteel leven, klonk het mij als muziek in de oren. Hoe verfrissend kan het zijn, wanneer mensen er voor kiezen beperkingen van omstandigheden te dragen. In plaats van zich er over te beklagen. Temeer omdat klagen zelden iets goeds teweeg brengt.

Ware kunst….

Veel mensen zijn de voorbije decennia gaan geloven dat als ze zichzelf maar genoeg beklagen over een (persoonljike) situatie, hierin verlichting zal optreden. Juist in een seculier tijdperk waarin steeds minder mensen erkennen dat ze geloven in – of vertrouwen op Iets dat ons kleine “ik” verre overstijgt, is het klagen en zich beklagen in dit land oorverdovend luid gaan klinken. Dankzij het gekoesterde waanidee dat wijzelf het zijn die ons hele leven kunnen regisseren, leken de neurotische klaagbehoefte en het daarop mee liftende cynisme, verheven tot een ware volksziekte.

Eckhart Tolle sprak over dit thema ooit een geboeid publiek toe. Volgens hem leven wij mensen met de impliciete overtuiging, dat als we maar genoeg klagen en daarin blijven volharden, uiteindelijk “iemand” ons wel zal horen. En zal zorgen dat de reden van onze klacht wordt weg genomen. Terwijl niets natuurlijk minder waar is.

Misvatting

Eigenlijk is het zo dat onder die behoefte aan klagen nog een fatale misvatting ligt. Namelijk dat bij gebrek aan zingeving, “ons leven” vooral leuk, plezierig en geheel naar eigen wens zal verlopen. Het gevolg daarvan is dat we bij elke nieuwe tegenslag van datzelfde Leven, verongelijkter, gefrustreerder en bozer raken. Volgens Tolle en andere auteurs die zich hierover gebogen hebben, is de realiteit echter dat Het Leven ons voortdurend probeert wakker te schudden voor wie we werkelijk Zijn. En wie alleen maar decadent kan vertoeven in zijn persoonlijke comfortzone, zal geen enkele noodzaak ervaren om het eigen, innerlijk bewustzijn verder te ontwikkelen. Terwijl confrontatie met beproevingen in ons leven, tenminste kan leiden tot een vorm van ontwaken.

Ik denk dat Eckhart Tolle en anderen hier op een beslissend punt wijzen, dat behulpzaam kan zijn op onze weg van ontwikkeling en groei. Ik moet daarbij ook denken aan het prachtige boek van Byron Katie, ‘Loving What Is’. Volgens haar ligt de oorsprong van het merendeel van onze innerlijke onvrede over het leven niet zozeer in de soms moeilijke dingen die op ons pad komen. In plaats daarvan, ontstaat de grootste frustratie juist door ons negatieve oordeel over wat er gebeurt, en ons verzet daartegen. Het is dus vooral de betekenis die we aan elke gebeurtenis toekennen, waarmee we onszelf ongelukkig denken. Omdat we er ten onrechte vanuit gaan dat ons leven alleen maar van een leien dakje zal gaan. Alsof er geen levenslessen zijn die geleerd willen worden.

Innerlijke wijsheid

Anders gezegd: de diepste onvrede en het klagen daarover, houdt verband met de onmiddellijke afkeuring van wat ons overkomt. Waarbij we direct menen te weten wanneer iets “onheil” is. Lukt het ons om dat volautomatische oordeel eens even achterwege te laten, dan kan er ruimte ontstaan om de realiteit zoals die zich aan ons voor doet, met nieuwe ogen te gaan zien.

Zo kan er bewustzijn groeien en innerlijke wijsheid. Alleen maar omdat we bereid zijn ons onmiddellijke oordeel uit te stellen. En eerst ruimte te maken voor aanvaarding van datgene wat IS, voordat we het verwerpen.

Verademing

Precies dit levenslange leerproces van ons mensen individueel, wordt momenteel ook collectief nadrukkelijk zichtbaar. Want behalve de grote impact die de wereldwijde crisis op mensen heeft, zie ik om me heen vooral ook positieve en bemoedigende ontwikkelingen. Waarbij het lijkt alsof velen langzaam beginnen bij te komen van een jarenlange stressmarathon, waarin snel en veel de maat der dingen was geworden. Nu er wat minder gehold en gejakkerd hoeft te worden, ontstaat er eindelijk weer ruimte voor een organischer leeftempo. Voor de meeste mensen die ik ken, een verrassende verademing…!

Dankbaarheid

Een direct gevolg daarvan binnen menselijke relaties en verbanden is ont-spanning, en eindelijk weer voldoende tijd en aandacht hebben voor elkaar. Wat ik ook zie is dat het lijkt alsof het vergeten begrip dankbaarheid, een voorzichtige herwaardering beleeft. Dankbaar dat nog steeds kan worden voldaan aan onze basale levensbehoeften. En dat we ons omringd weten door mensen die om ons geven. Meer dan ooit zie ik mensen weer openlijk hand in hand lopen en wandelen. Een vriendelijk gebaar maken, zoals elkaar groeten, ook als het gaat om onbekenden.

Parallel daaraan zie ik bij opvallend veel mensen (een begin van) ontwikkeling in bewustzijn. Alsof er een besef gloort van wat er wezenlijk toe doet in ons leven. Waarbij de kwetsbaarheid die velen van ons ervaren in deze tijd, werkt als poort naar verbinding. Het voelt alsof we ons meer dan ooit tevoren bewust beginnen te worden dat we het alléén niet redden. Dat we nu eenmaal zijn aangewezen op elkaar, juist in onze diepste behoefte aan geborgenheid. Dus van  het verkrampte uitgangspunt “…ik red mezelf wel…!”, naar ruimte voor het besef dat ieder mens zich gedragen wil voelen in geborgenheid.

Geboorte

Wanneer het een beetje mee zit, kunnen deze ontwikkelingen de geboorte worden van een tijdperk, waarin de ziekelijke nadruk op het kleine “ik” eindelijk een beetje wordt gerelativeerd. Ofwel ons ego, dat in alles de regie bedong, en op de koop toe nam dat we als gevolg daarvan steeds meer vervreemd raakten van onze eigen kwetsbaarheid. En dus ook van de kwetsbaarheid van anderen. Want dat gaat altijd samen.

Grenzen…

En als de voortekenen niet bedriegen, kan de grootste winst van de huidige wereldcrisis uitmonden in een diep doorvoeld besef, dat er grenzen zijn. Grenzen aan een mentaliteit van ieder voor zich. Grenzen aan de dodelijke vanzelfsprekendheid. Aan de onvrede en het grote cynisme wat daar als een splijtzwam in onze samenleving op woekerde. Maar zeker ook grenzen aan de schaamteloze manier waarop we als mensheid de hulpbronnen van onze Moeder Aarde alsmaar verder hebben uitgeput. Omdat het verkrampte ego ons lange tijd wijs maakte dat het daarin geen grenzen zou ontmoeten.

De realiteit van dit moment laat zien dat er weer grenzen zijn. En zoals een kind grenzen nodig heeft om zich veilig te kunnen voelen, zo kan de begrenzing van de beperkingen in deze tijd er toe leiden dat we eindelijk ontwaken voor wat NU nodig is. Zowel individueel als collectief.

Tekst: Herbert van Weerdenburg